vrijdag 20 januari 2017

Winterse baarmoederverlangens

Het is koud, merk ik als ik op de fiets stap. Ik had kunnen weten dat het koud was, aangezien de madame die alles regelt, de planten op onze binnenplaats en voor haar ramen heeft ingepakt tegen de vorst. Toch had zo langzamerhand de onzinnige gedachte bij me postgevat dat het in Parijs, omdat er zoveel verkeer van mensen is, niet zou kunnen vriezen. En tegelijk laat ik me ook graag verrassen door het weer, daarom kijk nooit naar het weerbericht, omdat ik denk dat het prettig is om het veel te koud te hebben en te dromen van een luie stoel naast de haard met een kop warme chocolademelk, terwijl de kou in werkelijkheid alleen maar vervelend is en elke gedachte overstemt.
De auto's bewegen van het ene stoplicht naar het volgende, als een groot roofdier dat alleen maar korte afstanden kan sprinten, om vervolgens teleurgesteld te wachten op de volgende prooi. Mijn handen beginnen te prikken van de kou, terwijl ik tussen de auto's slalom. Ik negeer elk rode stoplicht op mijn pad, zodat ik steeds een paar honderd meter voor de autostroom uit rijd, alsof ik de prooi ben.
Op het Place de la Bastille word ik weer opgeslokt in het verkeer en moet ik tegelijk links, rechts, achter en voor me kijken, om er heelhuids uit te komen. Ik heb wel wat gevoel ontwikkeld voor de complete verkeerschaos op de grote rotondes en ik merk welke auto's nieuw zijn met deze situatie aan hun afwachtende houding en hun onbeholpen bewegingen.
Een ambulance zorgt voor een opstopping. Een zwerver wordt van een bankje op een brancard getild. Het zal de kou wel zijn.
Het lijkt wel steeds kouder te worden, als ik Parijs achter me laat. Over het kerkhof langs de periferie, ligt een witte mist. Een vrouw loopt langs de poort, kijkt even naar binnen, slaat een kruis en loopt snel verder.
De man die in een tentje in het bois de Vincennes woont, loopt onrustig heen en weer voor de ingang van zijn woning.
Ik ben eindelijk in Charenton, waar mijn oppaskindje woont. Het is vijf voor vier. De school gaat uit om vier uur. Op het plein staan de ouders te wachten. Er wordt weinig gepraat. De meeste ouders verbergen zich in hun te dikke jassen. Tegen het hek ligt een stapel van ongeveer tien kinderen, die nog te jong zijn voor de basisschool. De bovenste laag wordt gevormd door twee kinderwagens. Helemaal onderop ligt een kind onbedaarlijk te huilen. Ik zie alleen zijn buikje dat schokkende bewegingen maakt. De vrouw van wie ik vermoed dat ze de moeder is, staat er onbewogen naast.
Lisa, mijn oppaskindje, geeft me haar rugzak en probeert in de chaos die nu is ontstaan, haar vriendinnetjes terug te vinden, om met hen heen en weer te gaan rennen over het schoolplein, een dagelijks ritueel. Vandaag ontzeg ik haar echter dit ritueel, want Lisa heeft een oorontsteking en volgens haar ouders komt dat door de kou.
Met de kou, is Lisa nog vaker ziek dan anders. Haar enthousiasme van na de kerstvakantie heeft plaatsgemaakt voor een boosheid, of verdrietigheid, die ze zelf niet zo goed begrijpt en die waarschijnlijk niets anders is dan vermoeidheid. Ze heeft zelden door waar haar gevoelens vandaan komen en daarom gaat ze rennen als ze moe is, gaat ze eten als ze zich verveelt, gaat ze huilen als ze honger heeft.
Zodra we binnen zijn, rent ze naar haar kamer en roept: “Viens, Gaaike, viens vite!” Ze is in een kast gekropen, in haar “cachette secrète”. Voor haar bevindt zich daar in de kast een volledige nieuwe wereld, maar ik ben een beetje groot om in kasten te kruipen, en allerlei jurken en verkleedkleren vallen om mijn schouders. En terwijl ik mijn hoofd stoot, rekt Lisa zich uit in haar geheime wereld, en vraagt met een gelukzalige uitdrukking op haar gezicht: “Is het niet prachtig hier?”
Als haar moeder thuiskomt, ligt Lisa te slapen in een tentje in de woonkamer. Lisa's moeder kijkt naar dit tafereel en zegt: “Laatst zei ze tegen me, ze zei: Mama, wil je me opeten? Dus ik vroeg: Waarom moet ik je opeten? Waarop Lisa zei: Omdat ik weer in je buik wil zitten.”

2 opmerkingen:

  1. Dit kind van jullie is een sensitief en begaafd waarnemer en verteller, Hans
    Groet van Liz

    BeantwoordenVerwijderen