woensdag 12 augustus 2015

Sketchbook project

 Eerder heb ik een blog gepost over "the sketchbook project". Dit project richt zich op uitwisseling van kunst, voornamelijk onder kunstenaars, zodat zij elkaar kunnen inspireren. In Brooklyn staat een bibliotheek vol met schetsboekjes, die je, als je beschikt over het gratis ledenpasje, mag doorbladeren.
Ik heb daar een schetsboek gekocht met als doel deze uiteindelijk aan de bibliotheek toe te voegen. Mijn schetsboekje bleef echter lange tijd leeg. Gisteren ben ik dan toch maar begonnen hem te vullen, zie hieronder de eerste collageschetsjes (je kunt er op klikken voor vergroting):






vrijdag 7 augustus 2015

Vlammende inkt en vloeibare perenbomen

In de wanden van de pergola groeien perenbomen die om de spijlen heen zijn gegroeid. Het hout lijkt haast vloeibaar, alsof het is gesmolten in de brandende zon. De peren zijn nog wat klein. Uit het dak hangen sperziebonen naar beneden, als slingers. Met mijn broertje Pieter loop ik door de tuin van museum de Buitenplaats. In de beeldentuin raak ik bijna verdwaald in een doolhofje dat veel te klein is om in te verdwalen. De tuin gaat langzaam over van een organische, moderne stijl die past bij de architectuur van het museum, naar een klassiekere stijl, bij het Nijsinghhuis. Het eindigt in een appelhof, met oude appelrassen.
Het is een prachtige tuin, maar met dit weer, zoeken we snel weer verkoeling het museum. We zijn hier tenslotte voor de expositie. Museum de Buitenplaats heeft kleine, overzichtelijke, maar toch vaak indrukwekkende exposities. Die van Jan van der Kooi, Jan Steen, Co Westerik, Reinder Homan & Pieter Pander, Rein Pol bijvoorbeeld, waren allemaal erg goed.
Nu is er een solo-expositie van Hans Lemmen. Het werk bestaat uit tekeningen en beelden. Ik ben meteen erg onder de indruk van zijn kleine inkttekeningen. De inkt heeft bijzondere structuren. Ik vraag me af of hij dit bereikt door de preparatie van het papier (met caseïne-oplossing en pigmenten), of door het opbrengen van sterk verdunde inkt in verschillende lagen. Het lijkt me in elk geval een moeilijke techniek. De structuur werkt prachtig in een tekening van een mysterieus landschap in het silhouet van een hoofd. Het landschap doet me denken aan Jeroen Bosch.
Het thema in Lemmens werk is de mens als dier in een geordende, kunstmatige omgeving, althans zo interpreteer ik het. “Soms is het wel erg symbolisch”, zegt Pieter. Dat vind ik ook. In sommige tekeningen lijkt alles ondergeschikt te zijn aan de symboliek. In een grote gevoelige tekening van een man die een hond aan zijn halsband meesleept, verschijnt achter hen opeens een elektriciteitsmast in het vetste krijt op het papier gekrast.
Het past wel weer bij de humor die zijn werk kenmerkt. Als Pieter zegt dat een tekening hem ergens aan doet denken, weet ik het een tijdje later opeens: “Kamagurka!”
Er staan ook verschillende beelden. Deze beelden passen thematisch bij de tekeningen, maar verschillen in stijl. Een soort sfinx bewaakt de doorgang naar de eerste verdieping, waar een engel door de muur loopt. Pieter staart naar een beeld van een man met kanonskogels op zijn hoofd. “Als je hier te lang naar kijkt, krijg je hoofdpijn", zegt hij. Als we moeilijk zitten te kijken naar een aapmens die uit zijn vacht loopt, loopt er man langs die het beeld een slinger geeft. Het draait in het rond. Het beeld hangt met een touw aan het plafond.
Als we het museum verlaten, ben ik behalve verlamd door de hitte, vervuld van de kunst. Het spijt me wel dat we het Nijsinghhuis niet kunnen bezoeken (deze is alleen op vrijdag open voor rondleidingen). Ik herinner me hoe ik tien jaar geleden met het Willem Lodewijk Gymnasium, met Uit de kunst, een rondleiding kreeg. De wandschilderingen van Mathijs Röling, het erotisch kabinet van Wout Müller. Ik meen me ook te herinneren dat op een eikenhouten deur exact de structuur van eikenhout was geschilderd.

Die herinnering moeten we een volgende keer maar controleren.

zaterdag 1 augustus 2015

De hongerkunstenaar

Als ik weer eens in het Rijks of Van Gogh ben, denk ik wel eens: 'Woonde ik maar in Amsterdam, dan was ik hier elke dag, dan kon ik wakker worden bij de korenvelden en in slaap vallen voor de nachtwacht.' Natuurlijk is het juist andersom, als je ergens dichtbij woont, kom je er nog maar zelden. Ik ben vaker in het Rijksmuseum dan in het Groninger. Met die gedachte en om Werkman te bekijken, loop ik vanochtend de 750 meter tot de ingang van het Groninger Museum.

Ik ben licht geërgerd als ik erachter kom dat ik me eerst door enkele zalen conceptuele kunst heen moet worstelen, je merkt, ik ben licht bevooroordeeld. Song Dong is de kunstenaar. De eerste zalen bevatten video's van bijvoorbeeld spiegels die kapotgeslagen, verbrand worden. Vooral het laatste levert mooie beelden op. De spiegels bieden genoeg symboliek zonder al te duidelijk te zijn. Gaat het werk over Chinese politiek, vertekende beelden in de media, Song Dongs relatie met zijn vader?
De zalen worden bewaakt door poppen van politieagenten, die tegelijk zelfportretten zijn. Het is een niet heel origineel idee dat je zelf je eigen bewaker bent (zie Foucault), maar de uitwerking is wel erg goed. Een kunstwerk bestaat uit snoepjes die je volgens een bordje mag(!) opeten. Ik heb het niet gedaan en nu ik dit schrijf, bedenk ik pas dat dat waarschijnlijk te maken had met de vijf poppen die erachter stonden.
Het werk dat mij het meest raakt, bestaat uit een verzameling stenen. Ik wil er haast aan voorbijlopen als ik een paar kinderen met kwasten op de stenen zie tekenen. Je kunt met water op de stenen tekenen/schrijven. Ik ga meteen aan het werk en ben verbaasd over hoe mooi het werkt en hoe lang de tekening op de rots blijft staan. Song Dong was ooit begonnen met dit waterschilderen om materiaal uit te sparen. Het water komt terug in veel van zijn werk, omdat het ook staat voor het opgaan in de tijdelijke handeling, als in het taoïsme.
Ik dacht hier zelf laatst over na, omdat ik tijdens het schilderen lang bezig was met details, om deze vervolgens volledig uit te wissen. Een voltooid schilderij bestaat vaak uit verschillende schilderijen over elkaar geschilderd. Ik denk dat het belangrijk is om uren te kunnen werken aan iets dat je vervolgens uitwist. En soms blijft er nog iets moois achter.

Nu is het tijd voor Werkman. Bij mijn ouders hingen vroeger altijd reproducties van Werkman boven de bank. Inmiddels hang ik daar, maar ik ben dus wat nostalgisch als het om Werkman gaat. In het museum merk ik dat ik nooit goed naar zijn werk heb gekeken. Ik herinnerde me de eenvoudige, kinderlijke vormen, maar niet de gevoeligheid in toon en kleur. Van de Chassidische legenden hangt elk werk in duplo, een vetgedrukte en een zachtere met meer tekening. Door zijn eigen manier van drukken, was elke druk uniek. De zachte variant van een werk van een man met een engel, vind ik erg mooi. De engel verdwijnt haast in de achtergrond. Het lijkt ook lichaam en ziel te verbeelden, omdat de man en de engel een identieke gestalte hebben. 
Het experiment is belangrijk voor Werkman. Hij was een kunstenaar uit armoede, wordt in een documentaire over hem gezegd. Wanneer er weinig opdrachten binnenkwamen, werkte Werkman aan zijn drukjes. Hendrik de Vries glimlacht als hij zegt: “Eigenlijk wel toepasselijk, Werk-man.”
Sandberg vertelt hoe hij Werkman meenam naar een depot van het Rijksmuseum. Voor Werkman die niet veel gelegenheid had om te reizen, was dit een heel bijzonder ervaring.

In het Ploegpaviljoen hangt ook nog werk van Werkman, waaronder schilderijtjes. Elke keer als ik het Ploegpaviljoen bezoek, vallen me weer andere schilderijen op. Nu trekken de aquarellen van Alida Pot mijn aandacht. Geweldig dynamische, kleurige werken van simpele onderwerpen.
Een schilderij van Johan Dijkstra hangt tussen twee glazen wanden. Op de achterkant van het doek staat namelijk een tweede schilderij. Uit armoede werden beide zijden van het linnen gebruikt.

Wanneer ik naar huis wil gaan, loop ik door een zaal die volhangt met schilderijen. Tussen een Isaac en een Josef Israëls, zie ik een mooi schilderij van een witte muur. De muur neemt bijna het volledige werk in beslag, maar het is een spannend schilderij. Het heeft ook iets bekends en dan zie ik het, het is een Helmantel.


Ik heb de rijkdom om dagelijks het Groninger museum te bezoeken en toch kom ik er veel te weinig. Ik ben er vandaag weer achter gekomen dat de schatten van Groningen de tocht zeker waard zijn.

maandag 22 juni 2015

Wie wint mijn schilderij? En de uitkomsten van het project Talking Pictures

Ik wil graag iedereen bedanken die mijn project Talking Pictures op welke manier dan ook heeft gesteund. Ik hoop dat men heeft genoten van mijn blog dat ik tijdens het project heb bijgehouden om donateurs en andere geïnteresseerden op de hoogte te houden van mijn belevenissen. Nu wil ik graag nog wat uitgebreider vertellen over wat ik in Tadzjikistan heb gedaan en wat ik nog zou willen doen. Aan het eind van dit blog maak ik ook de winnaar bekend van de loterij onder de donateurs voor mijn project.

Het doel van het project was om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de productie van kinderboeken in het Shughni, een taal waarin voor dit project nog geen (kinder)boeken waren verschenen. Voor het Shughni is er geen gestandaardiseerd alfabet, een grammatica is pas zeer recent geschreven en moet nog gepubliceerd worden en dat terwijl de taal en verwante dialecten gesproken worden door het merendeel van de inwoners van Pamir, een gebied dat zich uitstrekt over Tadzjikistan, Kirgizstan en Afghanistan. Ik heb een archief bezocht waar sinds de negentiende eeuw overgeleverde verhalen zijn verzameld. Deze oude verhalen worden o.a. gebruikt voor de kinderboeken. De cultuur van Pamir is vol kunst; verhalen, muziek, dans etc. Het is een enorme schat, een geweldig rijke cultuur, die mede door het kinderboekenproject niet verloren gaat.

Met enige bescheidenheid bezie ik mijn rol in dit project. Ik kwam in Khorog als een wat angstige toerist en werd opgenomen in een familie, meegenomen naar voetbalwedstrijden en volgepropt met gedroogd fruit. Maar daarnaast en misschien dankzij de ongelooflijke hartelijkheid van de mensen en natuurlijk de steun van jullie, vond ik een grote motivatie om aan het project te werken. “Did you ever work so hard in your life?”, vroeg Nekruz me. Ik denk het niet.
Vier weken lang heb ik cursussen gegeven aan de kunstenaars en designers. Sommige van hen waren afgestudeerd aan de kunstacademie, hadden al verschillende carrières achter de rug, anderen zaten nog op school en lieten een talent zien waar ik jaloers op ben. Tijdens deze lessen, 5 dagen in de week, 6 uur per dag, vormden we een hechte groep. We werkten eerst aan de karakters, de personages uit de kinderboeken. Deze lessen gaf ik op een manier waarop op de Klassieke Academie gedoceerd wordt. We spraken eerst over wat het doel was, gingen dan tekenen en legden deze tekeningen dan op de grond, om ze gezamenlijk te bespreken. Vaak voelde men wel aan welke tekeningen sterker waren dan andere, maar dit onder woorden brengen is niet altijd eenvoudig.
De cursus voor de designers was schoolser. Ik leerde hen om te gaan met Photoshop en Indesign. Uiteindelijk konden we de werken van de schilders uit de ochtendles gebruiken om in de middagles boekdesign te leren.

Naast deze cursussen werkte ik met Nekruz aan alfabetkaarten. Hij had foto's van dieren/voorwerpen opgezocht, bijvoorbeeld de Appel voor de A. Ik heb zo alfabetkaarten gemaakt voor het Engels, Russisch, Tadzjieks en Shughni. Met Nekruz had ik al de moeilijkheden van het Shughni-alfabet besproken. Er bestaat geen lettertype voor dit alfabet en daarom moet een groot deel van de letters met behulp van Photoshop/Corel Draw gemaakt worden. Dit is heel tijdrovend. Het is op die manier eenvoudiger om alle letters met de hand te tekenen!
Ik speelde met de gedachte om een lettertype te creëren voor het Shughni. Samen met de designers leerden we werken in Fontforge, een programma om lettertypes te maken en bewerken. We zouden met een rechtenvrij lettertype als uitgangspunt het eerste Shughni-lettertype kunnen maken. Dit bleek echter vrij ingewikkeld en hoewel we een heel end zijn gekomen, is dit gedeelte van het project nog niet voltooid. Ik wil in de toekomst ook nog het Unicode Consortium aanschrijven, in de hoop dat een Font voor het Shughni internationaal ingevoerd kan worden.

De kinderboeken waren nog niet voltooid toen ik terugkeerde naar Nederland, maar inmiddels heb ik verschillende proefdrukken ontvangen. Ik werk nu aan een expositie van het werk in Nederland. Boekhandel de Kleine Kapitein die ook een vestiging in de Stoeldraaierstraat in Groningen heeft, reageerde enthousiast op het idee van de expositie. Jullie zullen een uitnodiging ontvangen wanneer jullie de werken van de Pamiri kunstenaars kunnen bewonderen.

Ik krijg wel veel de vraag of mijn reis naar Tadzjikistan me heeft veranderd. Ik ben heel wezenlijk veranderd, denk ik, maar terug in Nederland kwam ik in mijn oude leven als in een jas die je niet meer staat, maar die je ook niet kunt weggooien, omdat je er teveel aan gehecht bent. Ik voel sterk het verlangen om terug te gaan naar Tadzjikistan, maar eerst wil ik mijn jas afschudden en desnoods zonder kleren opnieuw beginnen.

En na deze vage gedachten, de winnaar van de loterij! Ik heb de namen van alle donateurs, inclusief semi-anonieme op een rijtje gezet en een nummer toegekend en vervolgens het nummer in een random-number-generator tevoorschijn getoverd. Met het getal 4 is de winnaar van het schilderij van mijn hand: MAARTJE SCHULPEN! Gefeliciteerd!


vrijdag 29 mei 2015

Terugtocht

In een landrover rij ik vanaf Khorog naar Dushanbe. De reis van 600km duurt ongeveer 20 uur. De volgende dag zou ik 6000km in bijna de helft van de tijd afleggen.
De auto is niet zo goed. Als de olie ververst moet worden, staan twee mannen aan de motorkap te trekken om hem open te krijgen. Dit lukt pas bij een volgende stop. Ik word er een beetje zenuwachtig van, maar omdat we zo langzaam rijden, maak ik me niet al te druk. Ik heb deze keer weinig contact met de andere reizigers, omdat geen van hen Engels spreekt. De jonge man die eerder met de motorkap hielp, blijkt een opgewonden standje. Als we stoppen bij een van de vele douaneposten, krijgt hij meteen ruzie met de agent. Hij moet mee en als hij weer in de auto stapt, voert hij nog een lange discussie met de chauffeur (ongetwijfeld over de omkoopsom) die alleen maar schouderophalend verzucht: “Protocol.”
Vlak voor de autoradio bengelt een apparaat waar de chauffeur zijn USB-stick insteekt. Het apparaat zendt een radiosignaal uit met de muziek op de stick, dat vervolgens wordt opgevangen door de autoradio. Het is een voorbeeld van de vele wonderlijke technische snufjes die uit China komen. Halverwege houdt het apparaat er mee op, wat de chauffeur bijzonder vervelend vindt. Ik sta een half uur doodsangsten uit, omdat hij nauwelijks nog naar de weg kijkt en verwoede pogingen doet om het systeem weer aan de praat te krijgen. Het modderpad voert langs diepe ravijnen en ik haal opgelucht adem als de radio plotseling weer begint te werken.
Op de heenweg was alles nieuw en zat ik gedurende de hele rit naar buiten te kijken. Nu ben ik gewend aan de felgekleurde kleding van de vrouwen die de akkers bewerken, de knalrode wangen van de meisjes die emmers water rondsjouwen, de dieren, honden, koeien, katten etc. die langs of op de weg liggen te slapen, waarbij het lijkt alsof ze dood zijn, de koeien, schapen en ezels die over de weg sjokken en die we al slalommend passeren en de bergen die steeds veranderen en steeds een ander landschap op hun rug dragen, van de ruwe barsten in de kale rots, als rimpels in de huid, van water dat uit de kieren sijpelt en de rotsen donker kleurt, waardoor het lijkt alsof ze bloeden, tot het zachte, donzige velletje van uitgestrekte velden die door schapen en geiten wordt bijgeknipt. Op de terugweg kijk ik nog steeds de hele tijd naar buiten en blijf ik nieuwe schoonheid ontdekken, maar nu met het besef dat dit een afscheid is.
De auto stopt en voor ons zie ik een vrachtwagen met twee karren en een auto op de weg staan. De vrachtwagen is waarschijnlijk door rotsblokken op de weg gaan scharen juist op het moment dat de auto hem inhaalde. De auto staat nu vast tussen de rotsen in de berm. Met hulp van het opgewonden standje komt de auto los. Inmiddels zijn wat soldaten, die we eerder gepasseerd zijn, erbij gekomen. We kunnen de vrachtwagen passeren nu de andere auto weg is en we laten de soldaten achter met het karwei om de rotsblokken voor de vrachtwagen te verwijderen.
Als het donker wordt, blijkt dat de dashboardverlichting kapot is. De chauffeur licht het dashboard bij met zijn mobieltje. Het is al tien uur en we hebben nog geen avondeten gehad. We zijn behoorlijk vertraagd, niet zozeer door het ongeluk, maar door het zeer trage tempo waarmee we over de bergpassen rijden. We stoppen een uur later eindelijk bij een cafeetje. Het eten is erg slecht en het opgewonden standje krijgt ruzie met de kok. Deze komt aan de tafel en begint fel te discussiëren, waarbij hij dan weer naar de chauffeur, dan weer naar het opgewonden standje wijst, waarschijnlijk iets zeggend als: Hij vindt het altijd lekker en jij bent de enige die klaagt.”
Ik val in slaap in de auto en word rond drie uur wakker. We rijden door Dushanbe. Een politieauto komt naast ons rijden en gebaart dat we moeten stoppen. De chauffeur moet uitstappen en de agent schrijft een boete uit. Het opgewonden standje is ook uitgestapt en staat te schreeuwen tegen de andere agent. Ze staan met hun borst tegen elkaar en de agent duwt hem zo naar achteren. Even lijkt het alsof ze gaan vechten. Dan stopt een tweede politieauto naast ons. De agent die uitstapt is het niet eens met de boete. Hij verscheurt hem en we kunnen verder.
We stoppen in een volgend straatje, waar we moeten overstappen op andere auto's. Waarschijnlijk was de boete voor illegaal taxivervoer. Het beleid jegens taxi's in Dushanbe is vrij onduidelijk. Als je je hand uitsteekt op een willekeurige straat, zal elke willekeurige auto voor je stoppen en kun je meerijden. Er rijden ook auto's met X'en aan de achteruitkijkspiegel. Deze auto's lijken daarmee officiële taxi's, maar de X zegt niets over de staat van het voertuig of de leeftijd van de chauffeur. Misschien zegt het nog het meest over de prijs van de rit, die voor gewone auto's 3 somoni is en voor minibussen 1,5. Minibussen en dus vermoedelijk ook landrovers zijn verboden in het centrum.
Ik moet in een buitenwijk zijn. De auto waarin ik ben overgestapt wordt bestuurd door een Pamiri. Hij spreekt net als de vorige chauffeur geen woord Engels, maar hij probeert een gesprek met me te voeren. “Amerika, Washington. Hollande...” “Amsterdam”, zeg ik. “Ah, Amsterdam!” “Ik vraag of hij er geweest is.” Hij schudt nee, tekent met zijn hand in de lucht en zegt: “Carta.” Hij noemt een aantal plaatsen in Pamir op en ik zeg of ik er geweest ben. Het is een prettig gesprek. Hij zet me af voor de deur.


zondag 24 mei 2015

Weekend

Af en toe heb ik wat moeite met Nekruz, omdat hij dan vertelt wat ik wil horen, wat net een beetje afwijkt van de waarheid. Zo zegt hij al enkele weekenden dat we naar de Hot Springs gaan, maar elke keer komen we ergens anders. Ik mag Nekruz overigens zeer graag en vergeef het hem meteen, of de volgende dag. Gelukkig zijn alle plekken ook zeer de moeite van het bezoeken waard zijn en zo komt het altijd weer goed. Wat voor de Pamiri gewoon is, is voor mij heel bijzonder. En wat voor hen bijzonder is, is voor mij soms heel gewoon. 
Nekruz was ooit zelf over de warmwaterbronnen begonnen en ik weet alleen dat Floortje Dessing er geweest is, wat het voor mij niet aantrekkelijker maakt, maar als Nekruz de vrijdag voor mijn laatste weekend hier, zegt “Tomorrow we'll go to the Hot Springs” ben ik toch nieuwsgierig en zeg ik: “Ah, good!”
De volgende dag sta ik om half zeven op, om op tijd in Khorog te zijn. Als we 's avonds om half elf aankomen bij de Hot Springs, zijn de baden al gesloten.

De reis begint met de zoektocht naar een auto die ons kan brengen. Hiervoor moeten we naar de markt. Na een aantal uur vindt Nekruz een zwarte Opel. Alle auto's in Tadzjikistan hebben barsten in de voorruit, maar elke voorruit heeft een ander patroon van barsten. In deze auto hebben de scheuren op drie plaatsen hun oorsprong, maar ze zijn onderling verbonden. De chauffeur draait harde muziek die een dag later nog door mijn hoofd zingt.

Onderweg stoppen we bij een bron waar natuurlijk bruisend water uit stroomt. De rotsen rondom de bron zijn roodbruin gekleurd. Als het water later warmer is, smaakt het naar bloed. We stoppen ook bij een van de kinderen die langs de weg met gewassen lopen te zwaaien. Nekruz koopt een zak met paddenstoelen.

De auto brengt ons naar een sportfestival, waar Nekruz zoals hij zei, even wat certificaten moet bezorgen. We worden enthousiast ontvangen door een grote hoeveelheid mensen en even later zitten we aan een tafel (daarmee bedoel ik uiteraard een kleed op de grond) gevuld met allerlei lekkernijen. Ik moet proeven van de vis die die dag in de rivier is gevangen. Dan moet ik het schaap eten, die dag geslacht. Sommige stukken smaken naar lever. De yoghurt is handgemaakt. De verschillende salades zijn ook erg lekker. Midden op tafel staan zelfs gebakken aardappeltjes. Ik blijf een Groninger en eet bijna de hele schaal leeg.

Na die lunch, de tweede van de dag, gaan we naar het sportterrein om de finale van het volleybaltoernooi te bekijken. “Oh, it's one more game and then the final.”, zegt Nekruz. Het is koud en als drie wedstrijden later de finale begint, zit ik te bibberen op mijn stoeltje. Ik ben niet bijzonder geïnteresseerd in de wedstrijden, maar het is interessant om de mensen te bekijken. Jongens zijn druk bezig om zich op te trekken aan een boomtak. Een oudere man heeft de taak om met een stok lijnen in het zand te trekken om het publiek op afstand te houden, een taak die hij zeer serieus opvat. Een groep meisjes met vlechtjes en traditionele kleding staat gearmd te cheerleaden.

Na de finale gaan we terug naar de inmiddels opnieuw gedekte tafel. Nekruz heeft wodka meegebracht en is van plan hier nog enige tijd te blijven, dus ga ik met Sharboz en een meisje dat om onbekende redenen ook mee is, richting de warmwaterbronnen.

We rijden over erg slechte wegen, en uren later komen we eindelijk aan op onze bestemming. Ik krijg een hotelkamer met een normaal bed. Ik heb in Tadzjikistan alleen nog maar op dunne matrasjes op de grond gelegen en deze hotelkamer voelt heel onwennig. Een gevoel van eenzaamheid overvalt me en ik ga maar snel slapen.

De volgende dag zwem ik een tijdje in het warme zwavelwater wat heel fijn is. De terugreis duurt maar een paar uur. Als we terugkomen in Khorog, zegt Nekruz dat er ergens een sportfestival is. Ik zeg dat ik moe ben en ga naar huis. In het huis van Nekruz vind ik zijn totaal ontredderde vrouw die de hele nacht op is geweest. “Nekruz told me you would go only one day and he didn't call and I couldn't reach him! I thought you were in a carcrash!” Ze zegt dat ze twee dagen niet met hem zal praten, maar ik vermoed dat ze het hem morgen heeft vergeven.


Watervallen en hoogtevrees

Mijn tweede dag aan de kunstschool in Porshinev, verloopt ongeveer hetzelfde als de eerste. Het is niet zo verwonderlijk. Deze school is voornamelijk voor kinderen die anders weinig tot geen onderwijs hebben. Het is elke dag afwachten hoeveel kinderen komen. De docenten beschikken bovendien over weinig middelen. Mijn plan om met de kinderen buiten te gaan schilderen met de aquarelverf die ik heb meegebracht, valt in het water. In plaats daarvan praat ik via mijn tolk, Farida, met een oude man die verbonden is aan de school.

“He thanks you for coming here. He says it's very good for the school.” Ik antwoord dat het voor mij ook heel interessant is. “He thanks you for improving the teaching-method, because you know so many things we don't know.” Ik zeg hem dat dat wel meevalt. “He thanks you now for coming here, just to help us. He also thanks you...” Een half uur later gaan we in het lokaal wachten. Ik maak ondertussen een portretje van Farida, waar ze heel blij mee is. Farida is over alles heel enthousiast. Haar ogen gaan wijd open als ze praat, wat het tekenen heel moeilijk maakte. Ze heeft een examen Engels gehaald en nu kan ze naar Polen om te studeren. Ze wil geen geld aannemen van haar ouders en dus hoopt ze een baan te kunnen vinden voor de zomer, waarmee ze genoeg geld kan verdienen om de reis en het collegegeld te betalen. Als er geen leerlingen komen, zegt Farida: “Let's go to the mountains.”

Ahmid had me eerder al verteld over een wonderbaarlijke plek met water en natuur en alles wat je mogelijk maar zou willen zien. Ahmid is de vriend van Farida. Hij kan geen Engels, maar met zijn grootse gebaren en Farida's halve vertaling, komen we een heel end. We gaan met de auto en stoppen bij een berghelling. Ahmid wijst omhoog. Ik kijk omhoog en zie alleen maar een ontzettend steile helling. We klimmen omhoog terwijl Ahmid mij schreeuwend aanmoedigt. Ik weet me hier en daar vast te grijpen aan een plant en wonder boven wonder kom ik boven. “Gaaike!”, roept Ahmid en hij gebaart dat ik terug moet klimmen naar de waterval waar hij staat. Hij heeft een stengel in zijn hand. Farida vertaalt dat het een bijzonder heilzame stengel is en dat ik hem op moet eten. Het smaakt heel zuur. “We only eat this in early spring, not now. In early spring it tastes good.”, zegt ze. Ik moet nog een aantal geneeskrachtige vruchten eten en dan kunnen we verder.

De volgende klim is niet zo steil, maar aan de ene kant gaapt een diep ravijn en aan de andere kant, stroomt water langs de bergwand naar beneden. Het verontrust me een klein beetje dat ik geen enkele angst voel. Normaal, vooral als ik met Sandrien ben, heb ik erg last van hoogtevrees. Nu balanceer ik op natte stenen, net breed genoeg voor één schoen en als ik naar beneden kijk, voel ik alleen maar euforie. De schoonheid en de grofheid van de natuur brengt me in een extase waardoor ik niets anders kan voelen. Farida klimt op haar slippers over de rotsen, dus met mijn bergschoenen voel ik me ook iets veiliger.

“He will build your house here.”, vertaalt Farida. Als ik zeg dat dat me wel wat lijkt, zegt ze: “That's not a good idea. In winter it will be destroyed.” Ahmid pakt mijn hand en roept iets in Shughni. “He will come to Holland to watch soccer with you.” Hij vraagt me hoe duur een ticket naar Nederland is. “He says he will never ever come to Holland.” De rotsen worden steeds grover en het water stroomt met meer geweld naar beneden. Ik wil verder, maar als ik zie dat Ahmid aarzelt, weet ik mijzelf tot de orde te roepen. Ik vraag wat er is. “You know, it's too dangerous from here. We need to go back.”

De klim was langs het “kanaal” dat 4 dorpen in de omgeving van water voorziet. In Porshinev heb ik verschillende presentaties over het water bijgewoond. Het dorp het dichtst bij de oorsprong van de bron, is prachtig groen. Dit is een van de redenen dat de natuur zo mooi was in het gebied van onze tocht. Als je echter verder stroomafwaarts gaat, worden de dorpen steeds grauwer. “When I walked up the mountain, it was like I started travelling in winter, then entered autumn and ended in summer.” Dit vertelt de baas van de NGO die zich met water bezighoudt. Hij heeft sindsdien verschillende projecten opgezet om samenwerking tussen de dorpen te bevorderen. Het is zijn verjaardag vandaag. Ik sla de wodka af, maar breng een toost uit op zijn gezondheid.

Als het zes uur is, neem ik afscheid van Ahmid en Farida, omdat ik terug naar Khorog ga. Ik ken ze nog maar een dag, maar ik zal ze niet snel vergeten.


Schilderijen voor project



Deze schilderijen van Pamiri kunstenaars kun je bemachtigen met een minimale(!) donatie van 500 euro, zie mijn projectpagina. Ze zullen waarschijnlijk ook onderdeel uitmaken van de expositie die ik na terugkomst in Nederland ga organiseren. Deze expositie is voornamelijk bedoeld om de kinderboekenillustraties die we gemaakt hebben aan een Nederlands publiek te tonen, maar het is daarnaast een mooie gelegenheid om te laten zien hoe prachtig Pamir is aan de hand van foto's en schilderijen.
En het meer abstractere werk van Sesh, waaronder de collage helemaal onderaan, vind ik zelf mooi, dus dat komt er misschien ook te hangen.

Zoals gezegd, maak je met een donatie al kans op een schilderij van mijn hand, dus als je van kunst houdt, en tegelijk graag wil bijdragen aan de educatie van kinderen in Pamir, dan is dit een goede gelegenheid.

In een volgende post zal ik nog wat meer vertellen over wat tijdens mijn project is gerealiseerd en over plannen die nog niet zijn uitgevoerd. Ik was de afgelopen dagen in meer afgelegen gebieden en daarom heeft mijn dagelijkse verslag wat vertraging opgelopen, maar ik zal de schade inhalen.









donderdag 21 mei 2015

Pamirhuis

“Look at the lamp.” De gloeilamp danst in het rond. “It's an earthquake.”, zegt Nekruz. We lopen naar de voordeur. De buren staan ook al bij de deur. Dan voel ik het gebouw echt schudden. Het is gelukkig maar een lichte aardbeving en het is snel voorbij.
In het centrum van Khorog worden twee gebouwen neergezet met negen verdiepingen. De vrouw van Nekruz, Toodzjik, vindt het maar niets: “I think five floors, like our house, is already really scary and these buildings are well build. These days the companies don't do their work properly.” Nekruz zegt: “There are a lot of earthquakes here. You know, that's also why the traditional Pamiri house has only one floor and five pillars.”

Het traditionele Pamirhuis heeft een vaste indeling. Het bestaat uit een aantal verhoogde gedeelten, een plek voor de oven en de vijf pilaren, waarvan twee naast elkaar staan en verbonden zijn. Het raam in het midden van het huis bestaat uit verschillende vierkanten die om elkaar cirkelen.
De indeling is een duizenden jaren oude traditie, die later ook een Islamitische symboliek heeft gekregen.

De laatste twee werkdagen ben ik in Porshinev. Het is een klein dorpje niet ver van Khorog. Het was de bedoeling dat ik les ga geven aan de plaatselijke kunstschool, maar als ik er kom, zie ik meteen dat dit een grote uitdaging wordt. De kinderen zijn een vaas aan het tekenen. De vaas staat voor hun neus, maar in het kwartier dat ze bezig zijn, kijken ze geen seconde op van het papier. Ze zijn druk aan het arceren. Ik geef de opdracht om elkaar te tekenen en daarbij goed naar elkaar te kijken, maar op elk papier verschijnt de schematische frontale weergave van het hoofd, met de ogen keurig in het midden.
Het is niet verkeerd dat ze over die kennis beschikken, zeg ik, maar het gereedschap van een kunstenaar is zijn oog. De eerste dag lukt het me niet om dit over te brengen en ik vermoed dat het me morgen ook niet gaat lukken. Op deze kunstschool wordt alleen maar het kopiëren geleerd en de vrijheid en het lef om met eigen ogen naar de wereld te kijken is niet in een dag terug te veroveren.


Als ik in het Pamirhuis kom waar ik deze dagen verblijf, val ik in slaap op een matrasje dat voor me is uitgespreid. De eigenaar van het huis heet Nurgul. Hij woont hier met zijn vrouw en neef. Ze hebben een koe, twee schapen en een kat. Voor het eten gaat hij bidden. Het gebed duurt ongeveer een kwartier. Ik zit in dezelfde kamer en probeer geen geluid te maken, maar af en toe hoor ik hem tussendoor gapen en durf ik te verzitten. Na het eten kijken we naar een Russische soap. Hij ontvangt 120 kanalen. Als de acteurs beginnen te zoenen, zegt Nurgul: "Don't watch this. You'll miss your girlfriend."

woensdag 20 mei 2015

Kersenjam, honden en andere medicijnen

Ik ben al enkele weken een beetje zwakjes. Dit betekent vooral dat ik de hele dag loop te hoesten. Ik vind dat overigens allesbehalve erg, want ik word helemaal volgepropt met allerhande natuurlijke geneesmiddelen: Kersenjam, honing, frambozen, warme melk, verschillende soorten kruidenthee etc. Zelfs de wodka is volgens Nekruz bijzonder goed voor de keel.
De Hortus Botanicus in Khorog, de op een na hoogste van de wereld, bevat een enorme verzameling medicinale planten. Als ik met Nekzod door de tuin loop, vertelt hij me bij elke boom of plant waar die wel niet goed voor is. Hij heeft een indrukwekkende kennis van de natuur. We eten de schil van een vrucht, na die van de haren te hebben ontdaan. “It's good for the heart. And this is good for the breathing. And that tree is very good for the water you know, here.” Hij wijst naar de schuine buikspier. Ik vraag me af of hij bloedsomloop bedoelt, maar aangezien ik niet van die boom ga eten, vraag ik het maar niet. Nekzod is een bijzonder aardige man, die al mijn lessen bijwoont. Hij luistert altijd heel aandachtig als ik hem iets uitleg. Hij knikt en zegt: “Yes, yes, yes.” Tot ik merk dat hij geen woord van me begrepen heeft.
De hortus is een geweldige plek. Ik schrijf in het gastenboek dat ik wou dat ik hier een maand kon blijven en ik meen het. Het is ook een onwaarschijnlijke plek. De bergen zijn overal kale rotsen, maar hier staat midden op de rots opeens een bos.
In een gebouwtje midden in de hortus, is een museum ingericht door één kunstenaar. Naast de gedroogde planten, hangen enorme kunstwerken. Een ruimte bevat een rond panorama. Het is koud en de geschiedenis wasemt uit elk scheurtje in de muren. Het voelt alsof ik in een tempel ben, een heiligdom voor natuur en kunst.
In een volgende ruimte staan opgezette dieren, die in slechte staat verkeren. Beren, hazen, gieren, wolven en de beroemde Marco Polo-geit. Ik vraag Nekruz of hij wel eens een Marco Polo-geit heeft gezien. “Yes, of course. I ate one. It's good medicine you know.” 
Die dag heb ik het met Toodzjik over vreemde gerechten. Ik vertel haar dat ik slakken en kikkerbillen etc. heb gegeten. Ze zegt dat in sommige delen van Tadzjikistan honden worden gegeten. Ze vindt dit heel vreemd.

“We ate dog, but that was for medicine. The difficult part was, it had to be our own dog, because it works better if it's your own dog. They slid the throath, and then we ate it. We gave it to the neighbour too, but he didn't know it was dogmeat. Dogmeat tastes really good you know. When we told him, he was really shocked.”

maandag 18 mei 2015

Gekleurd

Wanneer je iemand roept, roep je eerst diens naam en dan OH plus de naam. Bijvoorbeeld: “Faridun. OH Faridun!” De jongste zoon van Nekruz heeft met mijn permanente markeerstift een aantal witte schaakstukken roodgekleurd. Nu krijgt hij de opdracht om ze dan maar allemaal rood te kleuren.
Faridun verslaat me elke dag met dammen. Hij wil meedoen aan het kampioenschap en is daar hard voor aan het trainen, al weet hij niet precies wat een kampioenschap inhoudt.
Vandaag wijt ik mijn verlies maar aan de vier glazen wodka die ik met Nekruz heb gedronken. Hij zei al enkele dagen: “Tonight, we will drink vodka.” Vanavond is het dan zover. We drinken elk glas in een keer leeg en nemen vervolgens een slok cola. Na het tweede glas zegt Nekruz: “I only drink once a year on a special occasion, with special friends.” Na het derde glas, pakt hij zijn dochter en zingt: “She is a gift from God. We wanted a daughter and he gave us a daughter.” Nadat hij het vierde glas heeft ingeschonken, zegt Nekruz: “We need to hide the vodka. My mother doesn't like this drinking you know.”
Geen vijf minuten later staan Nekruz' moeder en tante onverwachts voor de deur. De wodka is opgeborgen. Alleen de glazen getuigen nog van onze zonde. Nekruz' moeder, Rognamu, en tante zijn wiskundeleraressen. Ze komen af en toe langs om de kinderen te helpen met hun huiswerk. Ze wonen in Nehudac, een dorpje niet ver van Khorog. Rognamu kust mijn hand en glimlacht hartelijk.
Als ze voor het eerst mijn hand kust, ben ik op bezoek in Nehudac. Ik ben er om te tekenen, maar het weer is heel veranderlijk. De ene minuut regent het, de volgende moet ik vluchten voor de volle zon. Ik klim daarom maar wat over de rotsen. Beneden staan mooie gele bloemen. Ik klim langs de rotsen naar beneden om er een foto van te maken. Bij de rivier zit een man in een geel hesje te vissen, die mij pas opmerkt als ik vlak bij hem ben. Hij groet me vriendelijk.
Als ik weer boven ben, ben ik buiten adem. Ik weet niet of het komt door het gebrek aan zuurstof of door mijn conditie. Ik plof neer op een stoel en staar naar een enorme kudde schapen die door herders over de rotsen van Afghanistan wordt geleid. De schapen moeten op sommige stukken achter elkaar lopen, wat een grote opstopping veroorzaakt.
“Nek. OH Nek!” We worden geroepen voor het avondeten. Rognamu heeft een gerecht gemaakt van gebakken tot een bal geknede aardappelpuree met binnenin een gekookt ei. “When we were little children, she called it children-surprise.” De vader van Nekruz zit Russische televisie te kijken. Hij lacht af en toe en herhaalt dan wat er op de televisie gezegd is. Ondertussen houdt hij mijn bord in de gaten en als het niet volledig gevuld is, pakt hij een koek of een brood en legt het op mijn bord. Rognamu wordt geroepen om nog een lading kindersurprises voor me te maken.
Nu is het journaal ervoor. Het Russische journaal ziet er bijzonder degelijk uit. Als ik vraag waar het over gaat, zegt Nekruz: “De uitspraken van Obama en die van Abu Bakr Al-Baghdadi worden met elkaar vergeleken en dan zie je dat ze eigenlijk hetzelfde zijn.”

De vader van Nekruz moet nog steeds af en toe lachen en herhaalt dan de Russische woorden. Na het eten pak ik mijn schetsboek en begin ik hem te tekenen. Hij kijkt naar mijn tekening, terwijl ik bezig ben. Hij is aan een oog blind en als ik aan dat oog begin, zie ik dat hij dat niet leuk vindt. Als ik de tekening af heb, laat hij het trots aan iedereen zien. “Artiest!”, is het enige woord dat ik kan verstaan.

zondag 17 mei 2015

Rotsen splijten

In Nehudac komen we bij een lawine die vorig jaar twee huizen volledig heeft verwoest. Van het ene huis is niets meer zichtbaar. Van het andere staat nog een muur. Wonderbaarlijk genoeg is er niemand bij om het leven gekomen. De sneeuw is inmiddels alweer teruggekropen de berghelling op, maar enorme rotsen zijn achtergebleven. “We have enough building-material in Pamir.”, zegt Nekruz grappend.
De muren van de meeste huizen bestaan uit rotsen, die precies op elkaar zijn gepast. Er zit geen cement tussen de rotsen.
Om rotsen te kunnen gebruiken voor het bouwen van je huis, moeten ze eerst in kleine stukjes gehakt worden. De mannen die stenen splijten komen voornamelijk uit de dorpen. Ze lijken zo uit het schilderij de Wolgaslepers van Repin te zijn gelopen. Hun huid is heel donker en ze hebben pezige spieren. Al het werk doen ze met de hand. Meestal betekent dit dat er met een voorhamer net zo lang op een steen wordt geslagen tot hij breekt.
De vrouw van Nekruz vertelt dat het vroeger anders ging. Toen nodigde men de buren uit en werden de huizen met de hele gemeenschap gebouwd. “Your neighbours would come and drink wodka and then build, so when they would leave, you would have to do everything again. I think it's better now, although it's a very hard life for the builders.”
Nekruz wil ook een huis bouwen, maar op de plek waar de woonkamer moet komen, ligt een enorme rots. Voor deze ene rots laat hij de bouwers niet komen en samen met zijn broer gaat hij aan het werk. Er wordt een vuur gestookt onder de rots. Terwijl het vuur nog brand slaat Parviz met een voorhamer op de steen. Tegelijkertijd wordt koud water op de steen gegooid, zodat er scheurtjes ontstaan. Een beitel wordt in de scheurtjes geplaatst en Parviz laat de hamer op de beitel neerkomen. In plaats van de steen, breekt de beitel. Als de rots ten slotte in twee stukken is, is Nekruz uitgeput. Hij is dit werk niet meer gewend.


zaterdag 16 mei 2015

Oud en nieuw

“Do you want to plow a field?” We rijden in een Chinese minibus over een bergweggetje. Nekruz ziet dat ik naar de ploeg kijk, die door twee koeien getrokken wordt. We stoppen en ik word achter de ploeg gezet. Ik voel me opgelaten, maar de boer vindt het prachtig. Hij geeft me een soort roede, waarmee ik de koeien kan laten lopen. Ik sla zacht op een koe, en de koe begint te lopen. De andere koe loopt wel mee, maar langzamer, dus ik moet hem ook een tik geven. De ploeg is een beetje bij te sturen door hem naar links of naar rechts te duwen, maar de richting wordt vooral door de koeien bepaald. Als ik het eind van het veld nader, bedenk ik me dat ik niet weet hoe ik de koeien moet laten stoppen. Ik gebaar wanhopig naar de boer en die zegt: “Ho!” De koeien stoppen.

In de minibus word ik alle kanten uit geslingerd. Er is geen gordel of iets om me aan vast te houden en mijn maag begint te draaien. Het landschap is prachtig, maar het danst voor mijn ogen. Bij een groot wit, betonnen gebouw omringd door hoge bergen, stoppen we. Naast het gebouw staat een even groot half gebouw met een hoge hijskraan. Het is een ruïne uit de Sovjet-Unie. De bouw is nooit afgemaakt en de hijskraan is verroest.
Er moet een jeugdcentrum in het witte gebouw komen. We schudden een aantal mensen de hand en we worden naar een kamertje geleid waar een bed in staat. “This will be the office.”, zegt Nekruz. Buiten wordt een sportveldje geïnspecteerd. Een van de basketbalringen is eraf geroest en er zitten grote gaten in het volleybalnet. We geven iedereen weer een hand en stappen in de minibus.

De volgende stop is bij een garage. Er staan twee auto's, er zitten twee mannen en een ligt op de motorkap. De garage bestaat uit een dak en een gat in de grond om onder de auto's te kunnen. De auto's zijn Moskvitsj 1500.
Over de dorpswegen zie je dit type nog veel rijden. Zoals de naam al zegt stamt deze auto uit de Sovjet-periode. Eerder deze week zag ik een Moskvitsj achteruit een heuvel afrijden, terwijl de chauffeur de motor weer probeerde te starten, maar het is toch een prestatie dat de auto het op deze wegen zolang heeft volgehouden.
Andere auto's uit die tijd staan in de tuinen te verroesten, of zijn onderdeel geworden van een muur of een huis. De schoolbussen moeten mooie speeltoestellen zijn voor de kinderen.
Nekruz praat even met de baas van de garage en dan rijden we verder.

Niet veel verder stoppen we weer, ditmaal bij een bouwbedrijf. Het is een magazijn vol met Chinese bouwmaterialen. We worden naar een huis geleid, dat als een soort proefexemplaar naast het bedrijf is neergezet. “I want to hire them to build my house.”, zegt Nekruz. Het gebouw heeft een bijzondere stijl. Aan de buitenkant is een soort zeil bevestigd met daarop het patroon van bakstenen. Het heeft de voor Tadzjikistan kenmerkende koepelvormige ramen. Elke kamer heeft een andere stijl, waarschijnlijk zodat je kan kiezen. De plafonds van de kamers zijn rijk gedecoreerd en met veel reliëf. De keuken is volledig betegeld met een bruine tegel met daarop het woord coffee, wat nergens wordt gedronken.

Het mooiste van het huis is de trap die handgemaakt is uit hout en de tweede verdieping, die de klassieke indeling heeft van een Pamiri huis, met de vijf pilaren.  

Water en warlords

Om zes uur 's ochtends word ik vaak wakker van de kraan die begint te lopen. Er is hier stromend water, maar slechts een uur per dag. Ik kan lekker in bed blijven liggen, maar Shukuva of Umbri gaat aan het werk om emmers met water te vullen, zodat er de rest van de dag genoeg is.
Deze dag komt er echter niets uit de kraan. Het waterbedrijf heeft de elektriciteitsrekening niet betaald. De volgende dag is er ook geen water, maar in de middag komt een tankwagen. We tillen het water vier trappen omhoog, iets wat je sommige mensen elke dag ziet doen.
Nekruz vertelt me dat in de burgeroorlog, na de val van de Sovjet-Unie, Pamir afgesloten was van de rest van het land. Er kwamen geen goederen meer en er dreigde hongersnood. “During the war, the Aga Khan helped us to survive. Can you imagine? He helped all these people for ten years, without asking anything in return.”
De Aga Khan is de geestelijk leider, de hoogste kalief van de Ismaeli-moslims. Hij woont in Europa en ziet eruit als een Europeaan. Volgens Nekruz heeft hij iets gezegd als: In het Oosten leven de moslims, maar in het Westen is de Islam, waarmee hij bedoelde dat in het Oosten niet naar de geest van de Islam wordt geleefd. Bijna alle culturele- en ontwikkelingsprojecten in Khorog en omgeving zijn onderdeel van de Aga Khan Foundation. Alles wat er mooi en nieuw uitziet draagt het logo van de AKF.
De tien jaar hulp en de voortdurende ontwikkelingshulp heeft bij de Pamiri een sterk gevoel van dankbaarheid achtergelaten. Misschien is een gedeelte van de gastvrijheid waar ze zo om bekend staan ook wel een invented tradition.
Waar Nekruz altijd het positieve verhaal vertelt, krijg ik van de vrouw van Nekruz altijd de andere kant van de geschiedenis.
“In the civil war, people from different ethnic groups, like Pamiri's and Kyrgyz were murdered by the dozen. In Dushanbe they just asked people if their neighbours were Pamiri's and then they would kill the entire family. Every day body's arrived here from other parts of the country. It was terrible.” Nu er geen water is, gaan haar gedachten naar de schietpartij in 2012, toen de regering de mobiele- en internetverbinding in Khorog had afgesloten. Ze was toen zelf in Engeland, maar haar kinderen waren hier. “We heard all these stories, but people made it a lot worse then it was, because nobody really knew what happened and everyone remembered the civil war. You can imagine how afraid we were. We didn't hear anything from our children.”
Deze actie was niet gericht tegen de bevolking, maar tegen de warlords die nog steeds veel macht hebben in dit gebied. “But people started defending them, because they have a lot of money. And you know, these warlords live in normal neighborhoods, so innocent people did die, but not a lot.
I found out that one of these warlords lives across the street from our apartment, in that big house.”

Als we naar beneden lopen om water op te halen, werp ik een blik op het huis, maar ik zie alleen een hoog hek.

donderdag 14 mei 2015

Voetbal en suikerklontjes

“You never know with these places. You know, there are no standards here, like health standards. The people who work for the government get a very low salary, so if they ever come to check the meat and the meat is bad, you can give them some money and they'll say the meat is good. And you don't know what kind of diseases the cows have. They used to give them vaccines, but they don't do that anymore.”
Dit vertelt Nekruz voor we gaan lunchen. Ik denk overigens niet dat het de reden is dat ik de afgelopen dagen ziek ben geweest. Het eten smaakt me misschien net iets minder lekker, maar nog steeds verrukkelijk. Na de lunch geef ik de cursus aan de designers.
Yamal heeft ervaring met Indesign en Photoshop. Hij heeft een rode neus. "Sorry about this.", zegt hij. "I was sick, very very sick, you know. But now I'm better."
Hij komt uit Afghanistan, waar hij werkte voor de AKF (in een volgend blog meer hierover). Hij moest uit Afghanistan vertrekken, vanwege de oprukkende Taliban.
Als je mensen in Khorog spreekt over Afghanistan, is het net alsof ze over Amerika praten. Men weet niet veel over de situatie daar en daardoor ontstaan allerlei verhalen. Dit is vreemd als je bedenkt dat Khorog aan de grens met Afghanistan ligt. Als mensen er wel geweest zijn, vertellen ze hoe aardig de mensen zijn en hoeveel ze op hen lijken. Ze hebben dezelfde cultuur, spreken dezelfde taal en hebben dezelfde gastvrijheid.
In Khorog werkt Yamal nog steeds aan geografische kaarten van Afghanistan. Het is heel ingewikkeld met databasen enzovoorts. Ondanks zijn goede Engels, begrijp ik maar half wat hij nu doet.
Als we thee drinken, begint Yamal plotseling te lachen. “These sugar cubes. I haven't seen those since the Soviet-Union. They were there in the Soviet-Union, then they were gone for a long time and now they're back.” Hij moet lachen van geluk, zegt hij. Hij herinnert zich het geluk van de Sovjet-tijd. Het was een periode waarin alles goed geregeld was. Er was werk en het leven was goed.
Yamal is heel geïnteresseerd in mijn lessen. “This is very good, very good.”, zegt hij steeds. En: “This is all very new for us, very very new, you know.”
Yamal is ook heel geïnteresseerd in voetbal. Hij is misselijk omdat zijn team in de finale staat. De spanning wordt hem haast te veel. Zijn team staat bijna elk jaar in de finale.
“Two years ago, there was a big fight.” De finale van de voetbalcompetitie was toen tussen Phsinev, een nabijgelegen dorp, en de wijk van het voetbalstadion. “They started throwing rocks. Everyone was fighting. It's very dangerous, because it's a small place. It's not save for bystanders, you know.”

Dit vertelt Nekruz voor we naar de finale van de voetbalcompetitie gaan.

Haar

“Do you want to go to a hairdresser, or how do you call this?”, vraagt Nekruz. Hij kijkt naar mijn haar. Het was me al wel opgevallen dat veel en eigenlijk alle mannen in Khorog hetzelfde kapsel hebben, maar ik had er nog niet bij stil gestaan dat ik daardoor extra opval. We zitten in een sauna/openbaar badhuis. Het gebouw stamt uit de Sovjet-Unie. Het was oorspronkelijk de sauna voor de werknemers in de broodfabriek en je kunt nog precies zien hoe het er vroeger uitzag. Afgezien van de grote hoeveelheid roest, de schimmel aan de wanden en de ontbrekende douches, ziet het er namelijk nog precies zo uit. De geur doet me denken aan het openbaar toilet en ik maak me een beetje zorgen om mijn gezondheid. Mannen staan zich te scheren voor de scherven van een spiegel die tegen de wand staan. Een aantal staan gebogen hun schaamhaar te scheren. Faridun, de zevenjarige zoon van Nekruz is ook mee. De jongens worden heel uitgebreid gewassen door hun vaders. Faridun zit op een bankje terwijl Nekruz zeep in zijn huid wrijft. Na een tijdje droog ik me af en ga ik naar buiten. Het is donker en stil en de hemel is vol sterren. Een vrouw leunt uit het raam. Ze rookt een sigaret en ze kijkt naar mij. Ik kan haar gezicht niet zien. Wat later komt een hond langs. Hij ruikt even aan me en loopt dan verder.

De volgende dag praat ik met Azam, een van mijn leerlingen. Hij is ongeveer van mijn leeftijd en hij is de meest vaardige illustrator. Hij zet in een kwartier zo tien figuren op het papier, met elk een eigen karakter. Hij is bovendien een van de weinige mannen in Khorog met een afwijkend kapsel. Als we thee drinken na de les, vertelt hij dat hij eerst binnenhuisarchitect wou worden. Na een paar jaar op de kunstacademie in Dushanbe werd hij van school getrapt vanwege zijn afwijkende kapsel en piercings. "Even in Khorog people look at you strangely when you're different, you know." Hij ging vervolgens naar Moskou om daar modeontwerp te studeren, maar hij was nu teruggekeerd naar zijn geboorteplaats, omdat zijn geld op was.

Hij heeft zijn schetsboeken meegenomen. Er staan fantastische pentekeningen in. Alle figuren zijn in een enkele lijn op het papier gezet, inclusief het ontwerp voor de kleding die ze dragen. Hij heeft honderden ontwerpen voor verschillende jurken, sommige geïnspireerd door traditionele kledij, andere door mobieltjes etc. 

dinsdag 12 mei 2015

Op weg naar school

Elke dag ga ik rond acht uur naar mijn werk. Ik loop dezelfde weg en ik hoef al niet meer extra op te letten om niet over een uitstekende steen te struikelen, of in een gat te stappen. Ik moet nog wel de minibussen ontwijken, als ik het kruispunt oversteek. Aan de hoge muren die elk zicht op aankomend verkeer blokkeren, hangen kapotte stoplichten. Ik spring over de goot en loop over de brug over de rivier Ghund. Gisteren kwamen we op de brug een man tegen die heel uitgebreid mijn hand schudde en vervolgens met Nekruz begon te praten. Dit is op zich niet zo bijzonder, maar Nekruz vertelde me later dat de man zo enthousiast was omdat hij mij herkend had van de lokale televisie.
Na de brug loop ik als ik alleen ben door het park. Het pad door het park wordt schoongeveegd door vrouwen met de traditionele bezem (Vidirm), die zo kort is, dat de vrouwen hurken of gebogen staan. In Dushanbe worden hele straten op deze manier 's ochtends schoongeveegd.
Op het bankje zit een man met één voet. De krukken staan tegen de rugleuning. De man lacht naar me en vraagt vandaag of ik Russisch spreek. Ik lach terug.
Als ik met Nekruz ben, lopen we in plaats van door het park langs de afvalstort met daarnaast het openbaar toilet, een houten schuurtje met gaten in de grond. De route is even lang, maar minder prettig.
Het gebouw waar het kantoor is gevestigd, is heel groot. Het grootste gedeelte van het gebouw is ontvangsthal, met een enorme trap en een poster van de president in hardlooptenue. Er is geen wc in het gebouw, dus soms kom ik ook in mijn eentje langs het openbaar toilet.

Eén van mijn leerlingen bij mijn eerste les is Madina. Ze stelt zich aan me voor in perfect Engels. Ze werkt bij Medina, maar dat is toeval. Ze heeft Antropologie gestudeerd. Ze vertelt me over een toren die gebouwd is met melk. Het volk dat het gebouwd heeft, was zo welvarend dat het melk gebruikte in plaats van water en het heeft geholpen, want de toren staat nog steeds. Ze vertelt me ook dat het gedrongen, donkere volk hier afstamt van de Ariërs. Je kunt de swastika nog terugvinden in ornamenten en decoraties.
Nu is er geen werk voor antropologen en ze wil graag schilder worden. Ze heeft geen kunstopleiding gehad, maar ze tekent al vanaf haar eerste. Haar tekeningen zijn goed.

Madina is een zeer enthousiaste leerling en ze bedankt me heel uitvoerig na de les. De tweede les is ze er niet. Haar bazin heeft gedreigd haar te ontslaan.

zaterdag 2 mei 2015

Mannetjes

In mijn korte tijd in Tadzjikistan heb ik gemerkt dat er veel mannen zijn die belangrijk willen zijn. Je herkent ze aan hun chique pak, of dikke zonnebril, of aan de manier waarop ze door hun omgeving worden behandeld. Meneer de president is zo'n man. Hij is een gezette man met weelderige wenkbrauwen en hij is overal. In Khorog vind je hem waar je maar kijkt op immense posters gefotoshopt voor een gebouw, voor een groep vrouwen in klederdracht, tussen spelende kinderen.  Hij laat zich afbeelden als een vaderfiguur, maar je ziet dat hij gewoon belangrijk wil zijn.
Nekruz scheldt soms op de politiek. In zijn optiek is politiek een systeem waardoor de levens van gewone mensen vernietigd worden. Ik vraag hem soms naar zijn mening over de president, maar hij houdt zich dan meestal stil.

Nekruz neemt me mee naar de sauna. Ik ben nog nooit in een sauna geweest, althans niet met vreemde mensen. De sauna is echter leeg dus ik mag me weer wat minder ongemakkelijk voelen. Het is ook niet zo heel vreemd om als twee mannen zo te zweten, merk ik. Er is in deze cultuur zo weinig schaamte, dat het ongemak dat ik normaal in zo'n situatie zou voelen, vrijwel ontbreekt. Een uur later trek ik mijn ondergoed weer aan en waggel ik naar huis.

Nekruz neemt me mee lunchen. Er zitten vijf mannen aan een tafel wodka te drinken. Wij zitten ongeveer een half uur te wachten op de bediening, maar het meisje dat rondloopt komt niet bij onze tafel. Ze is te druk bezig met de vijf mannen. Zij roepen haar na en lachen om elkaars grappen. “They're teasing her. She's feeling uncomfortable.”, zegt Nekruz. Het arme meisje doet haar best om de mannen zo snel mogelijk te bedienen, om van hun af te zijn en komt dan eindelijk bij ons.

Nekruz neemt me mee naar een expositie van kunst van leerlingen van een kunstschool. Het hoofd van de school herken ik meteen als een mannetje. Als je bij hem in de buurt bent, ga je je minder over jezelf voelen door zijn houding en de manier waarop hij naar je kijkt. “He wants you to participate in the concert.” Ik begrijp het eerst verkeerd en denk even dat van me wordt verwacht dat ik ga dansen of pianospelen, maar het is een uitnodiging om het concert bij te wonen. Ik vermoed dat ik door te accepteren zijn ijdelheid streel, maar ik ben te nieuwsgierig om het aanbod af te slaan. Nekruz gaat niet mee.

In het zaaltje waar ik binnenkom, staat een tafel met daarop de gebruikelijke thee en gebak. Achter de tafel zit de rector en naast hem zit ik. Dan komen de leerlingen binnen om voor ons op te treden. De optredens zijn fantastisch. Meisjes, die eerst nog verlegen staan te schuifelen, zetten een geweldige stem op. Een jongen speelt een veel te moeilijk stuk van Bach. En zo volgen nog een reeks optredens. Elke keer als de leerlingen klaar zijn, applaudisseert het publiek, behalve de rector. Hij noteert stilzwijgend een cijfer in zijn boekje.

Nekruz neemt me mee naar een voetbalwedstrijd van lokale teams. Met NUR herstelt hij verschillende sportvelden en haalt hij sportmaterialen uit China. Een team heeft shirts met de Argentijnse vlag. “Those were very cheap, only 2 dollar for a shirt. But good quality, well, alright quality.” Het team heet naar het vliegveld in Khorog, omdat de meeste spelers uit die buurt komen. De naam van het andere team is het Tadzjiekse woord voor de plaats waar beesten geslacht worden.
Het is geen grasveld waarop gespeeld wordt en het is heel stoffig. Daarom gooien kinderen voor de wedstrijd emmers water over het veld.
Alle spelers en toeschouwers zijn mannen, spugende mannen. Als Nekruz en ik een plekje op de tribune uitzoeken, moeten we de spuug ontwijken. Sommige mannen spugen drie of vier keer achter elkaar, een hele serie spuug. Ze eten ook zaadjes waarvan ze de schil uitspugen. Er liggen ladingen schillen gemengd met spuug op het veld.
Misschien is het spugen in de sport wel ooit in Tadzjikistan begonnen om het veld vochtig te houden, zodat er niet teveel stof opwaait en is het later tot een gewoonte verworden die zich helemaal tot in Nederland heeft verspreid.

Bleeding baby

“Today we're going to meet as many people as possible.”, zegt Nekruz. Er lijkt die dag geen einde te komen aan de possibilities. Als ik met Nekruz over straat loop, komen we om de tien meter iemand tegen met wie we de handen schudden en een kort praatje maken. Nekruz vertelt waarom ik hier ben en vraagt soms of ze naar de cursus kunnen komen die ik ga geven. In verschillende scholen word ik aan de leraren voorgesteld.
“First, let's drink tea.”, zegt Nekruz en we drinken thee met het hoofd van de kunstschool in Poshinev. De kunstscholen hier zijn bijzonder goed. Ik weet niet of het zo'n goed idee is om kinderen van 9 naar gipsbeelden te laten tekenen en de spieren van het gezicht te laten bestuderen, maar de kunstwerken die door de kinderen worden gemaakt zijn soms van ongelooflijke kwaliteit.
“So now, let's drink some tea.” We drinken thee met de staf van de kunstschool in Khorog. (Weer een kunstschool. In totaal bezoeken we vier) Alle aquarellen en tekeningen van de leerlingen worden uit kasten getrokken en uitgestald. Ze werken hier voornamelijk met aquarel en heel soms met olieverf. Acryl is vrijwel onbekend.
“First, let's drink tea.”, zegt Nekruz en we drinken thee met zijn collega's van NUR, de NGO. NUR heeft een groot aantal projecten. Eén collega werkt met drugsverslaafden. “A few years ago, there were 300. Now there're only 140.” Ze deelt schone naalden, condooms etc. uit. Eén collega is bezig met een project met bijenkassen en Jakken. Verschillende boeren uit de omgeving verdienen daar nu genoeg geld mee.
Nekruz stelt me, na mijn thee opnieuw te hebben bijgeschonken, voor aan een andere collega. Hij is een bijzonder zongebruinde, gespierde man, met mooie rimpels. Hij was hoofd van de politie, maar na zijn pensioen is hij voor NUR gaan werken. In 2012 heeft de regering, in een poging de macht over Khorog te versterken, de bevolking van Khorog beschoten, waarbij veel burgerdoden vielen. Nu probeert NUR het vertrouwen van de bevolking in de politie te herstellen met verschillende projecten. Het voormalig hoofd van de politie lijkt me de ideale persoon voor deze taak, omdat hij bijzonder zachtaardig overkomt. Hij organiseert bijvoorbeeld sportevenementen, waarbij de politie en de jeugd samen sporten. “We have to start with a new generation. The people that were there when the police out of the blank started shooting and killing their family and friends, will never forget or forgive.”, zegt Nekruz.
"So, are you tired? Let's go home and drink some tea."

“Do you know what bleeding baby is?” De vrouw van Nekruz is bijzonder intelligent. Ze studeerde Engels aan de universiteit van Birmingham en won met haar masterscriptie een prijs voor beste scriptie. Haar Engels is accentloos. "Ik heb nog nooit gehoord van bleeding baby.", zeg ik.
“When a baby doesn't sleep at night, an old woman will come to visit you and she will cut the back of the baby with raisers.”
Ik kijk haar geschokt aan en ze moet lachen. “Yes, I know, it's cruel, but you know, they used to do this in Europe with soldiers on the battlefield, so I think there must be some reason to it. It has been done to all our children. But when there's more than just sleeping-problems, the old woman will pierce the palate of the baby with a needle. That is awful. Eight years ago they did this to my little sister and I still remember it very well. The woman will come today I think.”

Die dag is een vrouw langsgekomen om de baby te aderlaten. De sneetjes zijn gelukkig heel oppervlakkig.

Jotgur

De chauffeur stopt opeens en pakt een geldbiljet. Dit gebeurde al een aantal keren en dat betekende dan dat er een soldaat of douanier omgekocht moest worden. Nu is er nergens een slagboom of soldaat te bekennen. De chauffeur geeft het geld aan twee oude mensen die langs de weg lopen. Ze houden hun handen in een boog tegen elkaar en beginnen te bidden. De chauffeur doet mee. De oudere mensen bidden omdat ze dankbaar zijn, maar ik vind het mooi dat de chauffeur meedoet aan dit ritueel. Na het gebed houden ze hun handen voor hun gezicht en daarna laten ze ze zakken. We rijden verder. Boven op een rots, op een bijzonder onwaarschijnlijke plaats, staat een moskee. Misschien is dit een heilige plaats en waren de oude mensen geestelijken. Of misschien waren het gewoon twee oude mensen.

Nekruz staat al klaar als ik om twee uur 's nachts aankom in Khorog. Nekruz maakt kinderboeken en met hem ga ik de komende maand aan het werk. Hij neemt me mee naar zijn huis en na met hem thee te hebben gedronken ga ik naar bed. Ik val meteen in slaap.
De volgende dag merk ik pas dat ik in een huis met een volledige familie zit. Nekruz, zijn vrouw, vier kinderen, waarvan één pasgeboren en zijn moeder. Ik voel me er ongemakkelijk bij dat ik een kamer voor mezelf heb, in het driekamerappartement, zoals ik me ongemakkelijk voel als de grootmoeder weer voor me opstaat om thee voor me in te schenken en wanneer de kinderen de opdracht krijgen om mijn soep op te dienen. Misschien dat de gastvrijheid op een gegeven moment wel minder wordt en ik meer een normale plaats in dit huishouden krijg toebedeeld.

Jotgur gaat voor me vertalen. Hij is hier heel onzeker over en hij vertelt me dat elke keer als ik hem zie. Hij is de zwager van Nekruz. Toen we in het dorp waren waar hij vandaan komt, vertelde hij me dat hun families op meerdere manieren met elkaar verbonden zijn. “This is the house of my brothers, but they are also the nephews of the sister of Nekruz, who lives in that house.” Dit is geen letterlijk citaat, omdat ik me de complexe familiebanden niet meer kan herinneren. Hij is in eerste instantie de broer van Nekruz' vrouw.
Jotgur begrijpt niet dat er mensen zijn die hierheen komen om voor niets te werken. Hij vraagt me steeds naar het systeem van Commundo, waarschijnlijk omdat hij denkt dat er toch iemand in Nederland van moet profiteren. Als ik hem vertel dat het voor mij een heel leerzame ervaring is, stelt dat hem enigszins gerust.
Hij begrijpt ook niet dat mensen veel geld betalen voor schilderijen. Hij vraagt me of het voor hem mogelijk is om naar Nederland te komen om daar te werken. Z'n leven is heel zwaar. Hij heeft twee banen, een voor overdag en een voor de avonds, maar hij verdient niet genoeg geld. Ik zeg hem dat ik daar geen verstand van heb.
Hij begrijpt ook niet dat ik niet getrouwd ben en dat mijn broers niet getrouwd zijn. Hij heeft zelf een mooie jongere vrouw en een peutertje. Jotgur schenkt me thee in, terwijl zijn zoontje me bekogelt met brood. Hij is anderhalf, maar hij kan hard gooien. Hij pakt een kopje op en gooit die naar me. Dan pakt hij een groot mes. Jotgur ziet dat ik bang naar de peuter kijk en hij zegt: “Don't worry, I will protect you.” Hij pakt het mes niet af.
Jotgur heeft een ziekte in zijn keel. 's Nachts wordt hij wakker omdat hij geen adem meer kan halen. Het maakt hem zo bang dat hij niet meer durft te slapen, maar hij weet ook niet goed wat hij 's nachts moet doen. “Normal things I just can't do at night. I can't even watch tv.”
Hij eet geen kip en vlees. Niet omdat hij vegetariër is. “I just don't understand why they don't eat meat.” Jotgur eet geen vlees omdat de geestelijken hebben gezegd dat hij daar beter van wordt.
“She is making fun on me about that.” Waarop zijn zus zegt: “It is: she is making fun of me.”
Hij moet een maand geen vlees eten, maar gisteren was hij het even vergeten en heeft hij per ongeluk kip gegeten. “When I told this to my mother, she was very angry with me.”
Ik vind hem bijzonder aardig.

vrijdag 1 mei 2015

Match 1: Sarbaland sr. vs Euwema

Schaken is in Tadzjikistan een belangrijke sport. Het is een van de erfenissen van de Sovjet-Unie.
Hieronder volgt een geheel onpartijdig verslag van een schaakpartij opgetekend door ondergetekende:

De eerste match van dit toernooi werd tegen alle verwachtingen in gewonnen door de zwartspeler. Nekruz Sarbaland opende met Nimzowitsch en Gaaike Euwema antwoordde met de moderne variatie.
1. b3 ...e5 2. e4 Een niet vaak gespeelde, doch acceptabele zet ...Pf6 3. De2 Met deze zet verliest wit veel tempo, maar zwart speelt afwachtend ...Pc6 4. g3 ...Lg5? Zwart wordt toch ongeduldig, maar deze zet was eenvoudig gepareerd met f3!. Wit kiest echter voor 5. Pf3 ...d5 6. Lb2 Na zet 1 b3, komt deze loperzet rijkelijk laat ...d4 7. c3 ...Dd7 Een wat zwakke zet met het doel lang te rokeren, wat niet zo'n prettig vooruitzicht meer is met de dreiging van een open c-lijn voor wit. 8. cxd4 ...Pxd4 9. Lxd4 ...xd4 10. Tc1 ...Lb5+ 11.Pd2 Dit begint er vervelend uit te zien voor wit ....0-0-0 Met deze zet geeft zwart mogelijk net het tempo weg dat wit nodig heeft. 12. h3 ...Lh5 12. h4 Een vreemde zet. Wit dreigt een penning met Lh3, al lijkt dit niet heel gevaarlijk. Zwart is echter geïntimideerd en speelt ...De7 13. Lg2 ...Th-e8 14. e5 ...Pd5 En we zijn aanbeland in de stelling in diagram 1. Het moet genoemd worden dat Sarbaland op dit moment even werd weggeroepen om zijn dochter te helpen met haar huiswerk.
15. Lh3+ ...Kb8
16. g4 ...Lg6
17. h5 Wit laat zich verleiden, maar dit is de verliezende zet, want: ...Pf5
18. Df1 ...Lxd3
19. Db1 ...Lxd2+
20. Kxd2 ...Db5+
21. Kd1 ...Le2+
22. Kc2 ...Dc3+
23. Kb1 ...Ld3+
24. Tc2 ...Dxc2+
25 Ka1 ...Lc3 =

woensdag 29 april 2015

Tadzjikistan


Deze blog is wat anders dan anders. Ik heb weinig tijd om te schrijven en daarom is dit nog niet af. Ook is het geen lopend verhaal met een begin en een einde, eerder een reeks beelden. Ik ga tekeningen bij al deze beelden uit mijn geheugen maken en wil daar ook een boekje van maken. Als je wilt wachten op het eindproduct, staat dat je vrij, maar anders bij dezen het begin van mijn verslag van mijn project in Tadzjikistan:

Een van mijn liefste dingen zijn ommuurde tuinen. Deze liefde is misschien ooit opgewekt door het boekje The Secret Garden, maar het heeft zich inmiddels uitgebreid tot een liefde voor Joodse begraafplaatsen en allerlei ommuurde gebieden.
In Dushanbe vind je een hele hoop ommuurde tuinen. Als je er langs loopt, hoor je het geluid van tropische vogels uit de tuinen komen. De poorten zijn ook nog eens prachtig gekleurd en versierd. Sommige groen, andere blauw en in alle kleuren.

Ik word opgehaald door B. Hij is de nummer 1 worstelaar van Dushanbe in gewichtsklasse tot 65 kilo, net afgestudeerd arts en hij spreekt Engels, Russisch, Tadzjieks, Shughni en Chinees. Hij wil graag in China lesgeven aan studenten medicijnen en in zijn vrije tijd worstelen.
Hij is ook heel aardig. 's Avonds valt de elektriciteit uit en hij licht me bij met zijn mobiel terwijl ik mijn tanden poets.

Zijn broertje Halim leidt me rond door de stad. Mensen verplaatsen zich in de buitenwijken in minibussen. Dit zijn geen officiële taxi's en ze zijn verboden in het centrum. Er zitten vaak 9 of 10 mensen in een minibus, maar daar staat tegenover dat het maar 1 of 2 somoni kost (20 cent). Degene die bij de deur zit, moet uitstappen als er iemand uit of in moet en dan wordt een van de stoelen ingeklapt. Iedereen stapt weer in en de auto rijdt alweer voordat de deur dicht is. Dan wordt het geld aan de chauffeur gegeven. Deze telt het geld terwijl hij rijdt en geeft wisselgeld terug. Een keer was het wisselgeld op. De chauffeur zwaaide met een briefje van tien buiten het raam en een andere minibus ging met dezelfde snelheid naast ons rijden. Nadat het tientje gewisseld was, zwaaide hij opnieuw met een briefje en herhaalde het proces zich.
Dit gebeurt allemaal in een totaal chaotische verkeerssituatie. Er wordt voortdurend getoeterd en links ingehaald. Ik zocht naar de veiligheidsgordel, maar die was er niet.
Onze bus stopte voor een auto die hard van links kwam rijden. De minibus naast ons stopte niet en knalde met volle vaart tegen de auto. “Traffic is dangerous”, zei Halim op berustende toon.

Sandrien maakte zich zorgen dat ik niet genoeg eten zou krijgen in Tadzjikistan. Ze wist niet van de gastvrijheid en de levenslust van de Pamiri. Tot nu toe zijn alle maaltijden en dat zijn er vaak vier op een dag, volledige, warme en bijzonder stevige maaltijden geweest. Ik moest aan Tolkien denken, toen ik mijn eerste second lunch kreeg. Als er een volk is geweest dat de inspiratie heeft gevormd voor de hobbit, dan is het gedrongen, gastvrije volk, met zijn liefde voor muziek en kunst, een goede kandidaat.

Gisteren hadden we met de chauffeur gesproken. Er zaten drie mannen bij vier grote jeeps. Eén man zat onder de motorkap een van de auto's te repareren. We gaven de drie mannen de hand en pakten de vierde even bij de pols. Halim sprak enige tijd met de mannen en bekeek de auto's. “You want this one?” vroeg hij mij. Ik vond het prima, maar Halim koos uiteindelijk toch een andere uit voor mijn reis. De chauffeur gebaarde naar mij. “He's inviting you for tea.”, zei Halim. Ik lachte om hem beleefd af te wijzen, omdat we die avond de stad gingen bekijken.
Vandaag ontmoeten we de chauffeur weer, deze keer in een wagenpark. Overal zijn mensen druk bezig bagage op auto's te laden. Er reizen elke dag 60 mensen met de auto tussen Dushanbe en Khorog. De chauffeur is nog op zoek naar de andere reizigers.
Hij heeft al twee gevonden, moeder en dochter. De vader staat er ook bij en hij gebaart hevig naar mij, wijzend naar zijn hooguit veertienjarige dochter. “He wants to marry his daughter to me?” Halim knikt lachend.
We gaan lunchen, maar als we terugkomen is de chauffeur nog op zoek naar reizigers. Hij vindt ze na ongeveer een uur. Een van de reizigers is een oudere man en er zijn drie vrouwen, maar ik moet voorin zitten. De auto rijdt eerst nog langs een garage waar de banden worden gecontroleerd en dan begint de tocht, die 14 uur zou duren.

Bergen zijn vreemd. Je kijkt tegen de bergwand op en denkt: daar zijn we straks. Na een uur rijden, ben je deel geworden van die berg waar je net nog tegenop keek en kijk je tegen een nieuwe, nog hogere berg op. Elke keer lijkt het landschap mooier te worden, maar ook het eerste landschap was mooier op zijn eigen manier.
Als de duisternis invalt, gaan langzaam lichtjes aan op de bergwand. Steeds meer en meer lichtjes gaan aan, helemaal tot aan de sneeuwgrens, tot een sterrenbeeld is ontstaan.

J is de enige in de Jeep die Engels spreekt. Hij is een vrij mollige man met grote lachende ogen. “I thought you were Pamiran.”, zei hij tegen me toen ik vertelde dat ik uit Nederland kwam. Ik dacht dat hij aardig wou zijn, maar als we samen zitten te lunchen, herhaalt hij het nog een keer. Het komt doordat mijn oren plat tegen mijn gezicht zitten, like Italians. Ik zeg maar niet dat ik dacht dat hij een toerist was, door zijn kakikleurige safari-outfit. Hij had trouwens Nederland verward met Denemarken, want hij zegt: You're a viking! En begint me te vertellen over een serie over Vikingen die nu net aan een vierde seizoen is begonnen. Terwijl hij over vikingen praat beginnnen zijn ogen te stralen, hij slaat met zijn vuist op tafel en begint bulderend te lachen. “They just smashed them.” Dat de monniken geen wapens hadden om zich te verdedigen, vindt hij vooral heel grappig. Ik krijg de volledige geschiedenis van de Vikingen te horen. “I just download the movies and then I read all these things on Wikipedia.”
Als ik hem vertel waarvoor ik naar Tadzjikistan kom, begint hij me de volledige geschiedenis de talen in dit gebied en in het bijzonder van het Perzisch te vertellen. Als we vervolgens over Pamir praatten zegt hij: “Well, there's a joke about Bin Laden. He destroyed Afghanistan, but if he would have come to us, we would have offered him tea. It's a joke, but there's some truth to it. The hospitality is old culture, before Islam, from the Greek and even before that. We will do everything for our enemies if they are our guests.”
J werkt voor een bedrijf dat mijnen opruimt. Ze hebben de grens met Afghanistan tot Khorog al opgeruimd. “We call these mines butterflies. When they explode they only cause injuries. That's battle tactics. When one soldier lies injured on the battlefield, two are trying to help him.”
Vroeger droomde J ervan om astronoom te worden. Met het instorten van de Sovjet-Unie kwam aan deze droom een einde. Hij leerde Engels, omdat het Russisch waardeloos was geworden en toen hij twintig was, probeerde hij Europa in te komen. Hij had gehoord dat Afghanen in Duitsland asiel konden krijgen vanwege de oorlog. Hij kwam tot Polen en kon slechts met veel moeite weer terugkomen in Tadzjikistan. “On that moment, I decided to forget my dreams. I studied economics and came to work for this company.”

Onderweg komen we een bordje tegen met de tekst “Emergency exit”. Ik verbaas me over de tekst, omdat we ons gewoon op een weg bevinden. Even later weer een bordje: “Emergency exit 1000m.” Volgende bordje “Emergency exit 500m.” Ik ben er nog niet achter. Dan zie ik dat de weg splitst. De tweede weg loopt omhoog en eindigt met een aantal autobanden. Op een bordje staat: “Emergency exit for failing breaks.”

De oudere man in het gezelschap komt na een stop bij een winkel naar me toe. J vertaalt voor me dat hij hoofd van het departement voor kinderen is en dat hij graag iets voor me wil doen. Hij noemt een lijst op van dingen die hij voor me kan doen, maar die dingen zijn allemaal geregeld. Hij kijkt me spijtig aan en herhaalt nog eens een aantal keren de vraag wat hij voor me kan doen. Uiteindelijk geeft hij zijn telefoonnummer en klemt me op het hart hem te bellen als ik het weet.

Er zijn veel mensen langs de weg bezig met het maaien van gras. Sommigen gebruiken een zeis, anderen een kleiner mes. Met het kleinere mes zit men gehurkt. Dit ziet er veel arbotechnischer uit dan het gebogen staan met een zeis. Hetzelfde geldt voor het ding waar de grond mee geploegd wordt. Misschien is een hurktoilet wel veel makkelijker voor hen, omdat ze toch al vaak zo zitten.
Als het gras gemaaid wordt, moet het vervoerd worden. Ik zie twee jongens met elkaar debatteren over de vraag hoe ze die enorme zak gras op de brommer moeten vervoeren. Of gaat het over wie moet lopen, omdat de zak achterop gaat. Een ezel beweegt zich traag voort, zwaar beladen met gras. Achterin een pick-uptruck zie ik alleen aan de strooien hoed die uit het gras steekt dat er een man tussen de lading zit om het vast te houden.

zaterdag 11 april 2015

Tadzjikistan

Volgende maand ga ik naar Tadzjikistan om daar kinderboeken te illustreren en cursussen te geven aan beginnende kunstenaars. Vanaf nu zal ik weer geregeld een update plaatsen, dus volg mijn blog om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen.