zondag 9 november 2014

De controverse over Marlene Dumas en hoe ik erover denk(2)

Alweer een tijd geleden ben ik naar het Stedelijk Museum geweest om de werken van Marlene Dumas te bekijken. Ik ben nog nooit zo kort in een museum geweest.
Ik weet niet of deze opmerking mijn waardering van haar werk reflecteert, maar ik vraag me wel af hoe het komt dat haar werk me zo’n naar gevoel gaf. Het had zeker niets te maken met haar onderwerpskeuze. Ik heb een voorkeur voor zware, duistere kunst. Ik ben bijvoorbeeld een groot liefhebber van het werk van Francis Bacon. Wat was dan de reden dat ik het gebouw uitvluchtte?
De eerste werken die ik tegenkwam, waren portretten in aquarel die naast en boven elkaar hingen en zo een muur van gezichten vormden. In eerste instantie ketste mijn blik hier op af. Na wat langer naar de afzonderlijke portretten te kijken, begonnen sommige gezichten me te interesseren. Sommige hadden een sterk expressief karakter, maar naast deze krachtige koppen, hingen figuren die me volledig koud lieten. Doordat deze werken zo dicht naast elkaar hingen, kon ik de werken niet afzonderlijk waarderen, mijn blik bleef verspringen, maar als geheel kon ik er ook weinig van maken. Ik herinnerde me gelezen te hebben welke redenen Dumas had voor deze wijze van presenteren, maar de vraag waarom ze dat gedaan had, rees alleen omdat het voor mij onmogelijk was op deze manier het werk te bekijken, zonder mijn concentratie te verliezen.
In een volgende zaal hingen werken die Dumas had geschilderd in de periode na het overlijden van haar moeder. De schilderijen hadden als thema huilen, of de traan. Een van deze werken vond ik erg mooi, een aquarel die zo waterig was geschilderd dat het hele werk leek te huilen. In een andere zaal werd mijn blik een ander aquarel ingezogen.
In bijna elke zaal hing minstens een werk dat ik heel erg mooi vond. Meestal aquarellen, die weinig aan de vorm gelegen lieten, maar in compositie en verfbehandeling zo sterk waren, dat dat geen enkel probleem was. Ik vond steeds één schilderij heel erg mooi en de overige juist absoluut niet. Ik dacht aan dat ik in mijn vorige blog had geschreven dat goede kunstenaars ook slecht werk maken, dat dat nu eenmaal onvermijdelijk is. De vraag die nu bij me opkwam, was of ik de mooie schilderijen nu minder moest waarderen omdat er slecht werk naast hing. Of zag ik de kwaliteit niet van die slechte werken? Misschien moet ik eerst zeggen waarom ik bepaalde werken slecht vond.
Al het werk van Dumas is heel zwak in vorm. Deze term “vormbegrip” die mijn docenten op de Klassieke Academie veel gebruikten, vond ik vaak nogal vaag. Gedurende mijn tijd aan de academie begon ik beter te begrijpen wat ze bedoelden, al heb ik nog geen betere term gevonden om het te omschrijven. Ik denk dat ik het het beste kan uitleggen, door te zeggen dat ik kan zien dat Marlene Dumas nog nooit naar de natuur heeft gewerkt. Ze heeft erg naïeve vormen, wat niet per se verkeerd is.
In veel van haar werk speelt het realisme echter wel een rol. Neem dit werk, getiteld "The wall":
Dit schilderij is qua kleur, vorm, tonaliteit en compositie voor mij oninteressant. De figuren zijn zelfs wat knullig, en dit wordt niet gecompenseerd door een andere kwaliteit. Juist omdat de figuren er wat realistisch op zijn gezet, worden de naïeve vormen voor mij een bezwaar.
Ik vind het echt slecht.
Hier kun je natuurlijk tegenin brengen dat men het werk van avant-gardistische schilders pas later kan waarderen, omdat deze kunstenaars hun tijd vooruit zijn. Ik denk zelf dat dit idee, dat kunstenaars een soort supermensen zijn die bovendien kunnen tijdreizen, niet klopt.
Mogelijk is er nog een andere reden voor het grote verschil in kwaliteit van het werk van Dumas. Uit de overzichtstentoonstelling spreekt een enorme vrijheid. Die vrijheid spreekt mij zeer aan. Het lijkt alsof Dumas heel impulsief werkt.
Tom Hageman leerde me, toen we op de Klassieke Academie met de rietpen werkten, dat ik ervan uit moest gaan dat negen van de tien werken zouden mislukken. Met de rietpen moet je snel werken en gebruik maken van het toeval. Dit leidt onvermijdelijk tot veel mislukte tekeningen. Zolang je de goede er maar uit weet te selecteren, is dit geen probleem.
Het probleem met Marlene Dumas was misschien wel, dat het lijkt alsof ze geen selectie heeft gemaakt. Ik had het gevoel dat ik elk werk van haar te zien kreeg, inclusief elke mislukte krabbel.

Misschien was dat de reden dat ik het museum verwisselde voor een cafeetje. Of misschien is kunst gewoon niet voor leken als ik.

zaterdag 8 november 2014

De controverse over Marlene Dumas en hoe ik erover denk(1)

Alweer een tijd geleden schreef Sander van Walsum een stuk in de Volkskrant waarin hij beweerde dat Marlene Dumas een overschatte schilder is. Dit stuk deed heel wat stof opwaaien. Joost Zwagerman reageerde. Joep van Lieshout zei dat kunst hoogontwikkeld is en niet voor leken als Sander van Walsum. En de directeur van de Klassieke Academie, Tom Hageman, schreef over de ontwikkeling van kunst in samenhang met de politiek. Zijn hoofdgedachte was dat kunst en politiek geen gescheiden gebieden zijn en dat dit niet tot betere kunst leidt. Er zijn volgens hem wel criteria die voor alle kunst gelden, namelijk compositie, kleur, vorm en tonaliteit.
Al deze commotie heeft me bijzonder geïnteresseerd gemaakt in het werk van Marlene Dumas en ik ben van plan zeer binnenkort de expositie in het Stedelijk museum te bezoeken. Het leek me een leuk idee om een blog te schrijven voordat ik de schilderijen in het echt zie en een erna.
Dus waar vind ik mijzelf in de discussie?
Ik ben het absoluut niet met Joep van Lieshout eens dat kunst alleen door een kleine groep ingewijden begrepen kan worden. Ik denk wel dat mensen soms moeite moeten doen om een kunstwerk op de juiste manier te ervaren en moeite betekent hier lange tijd naar een schilderij kijken. Als mensen die moeite nemen, zullen ze merken dat het allemaal niet zo ingewikkeld is.
Ik denk net als Tom Hageman dat voor alle beeldende kunst de criteria gelden, waarvan compositie naar mijn idee verreweg het belangrijkst is. Wanneer we een schilderij mooi vinden, komt dat door de vorm niet door de inhoud. Omdat het moeilijk is om onder woorden te brengen waarom het ene schilderij mooier is dan het andere, proberen mensen dat vaak te verklaren met de gekwelde ziel van de kunstenaar, of het wereldbeeld van de kunstenaar. Het begrijpen van een schilderij vindt echter op een onbewust niveau plaats.
Tom Hageman beweerde in zijn stuk ook dat door Hitler en Stalin de figuratie in de beeldende kunst voor lange tijd uit de mode is geraakt. Ik denk dat hij hierin deels gelijk heeft. Voor de Eerste Wereldoorlog was er al een ontwikkeling naar de abstractie, die vervolgens aan populariteit won, omdat het futurisme kunstenaars het instrument gaf om aan de ene kant de technologische vooruitgang en aan de andere kant de verschrikkingen van de oorlog uit te beelden. De Tweede Wereldoorlog leert dat mensen die de schoonheid van kunst kunnen zien, die ontroerd raken door Mozart, tegelijk instaat zijn tot verschrikkelijke dingen (zie de filosofie van George Steiner, die zelf op een buitengewoon irritante manier beschaafd is), maar het leert ook dat mensen instaat zijn de verschrikkelijkste dingen in kunst en dus schoonheid te uiten.
De schilderijen van Marlene Dumas, voorzover ik die in google-afbeeldingen heb bekeken, lijken over dergelijke dilemma’s in de kunst te gaan. Dat is niet een reden waarom haar werk geweldig is, maar het kan ook geen diskwalificatie zijn. Politiek en kunst zijn misschien niet gescheiden. Dat de kunst hier beter of slechter van zou worden, geloof ik niet. Het maakt de kunst hooguit moeilijker te waarderen. Niet alleen de Klassieke waarden komen terug in de kunst, men kan tegenwoordig de sociaal realistische kunst ook weer waarderen.
Ten slotte bestaat er het idee dat geniale kunstenaars geen slechte schilderijen kunnen produceren. Ik heb van goede kunstenaars gehoord dat ze sommige werken van Dumas niet zo sterk vonden (Dumas zei dit zelf in Collegetour), maar datzelfde heb ik van goede kunstenaars over Picasso gehoord. Genialiteit is naar mijn idee een mythe en als Van Walsum het oprechte motief had om het kunstenaarschap te demystificeren, had ik er geen moeite mee gehad, maar dan had zijn stuk niet een aanval op een enkele kunstenaar moeten zijn. Net als vakmanschap, heeft het idee van het genie te maken met status. Kunstenaars in Nederland hebben nauwelijks enige status en Marlene Dumas is een interessante uitzondering. Misschien stak ze dus wat te hoog boven het maaiveld uit.

Ik hoop dat het schilderij “Dead girl” deel uitmaakt van de expositie, aangezien dat werk mij zo op het eerste gezicht aanspreekt. Het lijkt sterk verwant aan het werk van Richter. Als je schilderijen in het echt ziet, kunnen ze echter plotseling veel indrukwekkender of juist vlakker zijn. Ik zal ze met een open blik proberen te bekijken. Na mijn bezoek aan het Stedelijk zal ik deel twee posten, dus vergeet mijn blog niet dagelijks te checken!