zaterdag 30 november 2013

de rattenvanger van Harlem

De kat zit naast me op de bank te slapen. Sandrien zit Murakami te lezen. Ik hoor haar af en toe zuchten slaken van ergernis. Ze houdt niet van Murakami. Sandrien is een open boek. Ik ben die eigenschap in mensen steeds meer gaan waarderen. Lex heeft diezelfde eerlijkheid en het is eigenlijk ongelooflijk dat hij me nu al zo vertrouwt, dat ik in zijn atelier kan wonen.
Gisteren liep ik met Sandrien door Harlem. Het was Thanksgiving en hoewel wij eigenlijk nauwelijks weten wat deze feestdag inhoudt, vonden we niet dat we als enige mensen in New York op deze dag moesten gaan werken. Dus liepen we door Harlem.
We zagen een kathedraal, die de grootste kathedraal van de wereld is. Er zat zelfs een parkeergarage in, dus dat klopte wel.
We zagen vijf vrachtwagens volgeladen met kerstbomen.
We zagen ook een dikke rat die over straat liep en in een put verdween.
Even later kwamen we in een park en daar waren nog meer ratten. Het waren echt heel veel en deze leken op tamme ratten. Ze waren absoluut niet bang en ze kwamen zelfs naar ons toe. Wij waren wel wat bang, dus we liepen verder.
Alle winkels en restaurants waren dicht, omdat het Thanksgiving was. Toch liepen we naar een restaurant dat Sylvia heette. Sylvia was tot onze verbazing open en de mensen waren er open, waardoor ik het gevoel kreeg dat we bij een gezin aan tafel waren geschoven. Het eten was niet zo best, maar het maakte niet uit omdat het gezellig was. Alleen direct naast ons zaten een vader en zoon die de hele maaltijd niets tegen elkaar zeiden. De vader pakte op een gegeven moment een stuk vlees van zijn bord en gaf dat aan zijn zoon.
De kalkoen was wel lekker, maar de rest niet. Ik had nooit gedacht dat het onbeleefd zou voelen om te weigeren de resten van een maaltijd mee te nemen in een doggybag, maar zo voelde het.
We namen de metro en bij het wachten op de trein zagen we een ratje tussen de rails door kruipen.
Nu moesten we de avond nog in stijl afsluiten. Ik kijk graag naar de serie Louie over een New Yorkse standup comedian. Hij treedt in de serie altijd op in Comedy Cellar. Dus daar gingen we nu naartoe. De host van de avond was Ardie Fuqua die ook in de Louie CK Show speelt.
Een cabaretier kwam het podium op. Hij begon: 'So I walked down the street. This guy came up to me. He asked me: "Wanna buy some steak?"'
Het was een geweldige avond en na nog een stuk cheesecake (want dat doet Louie ook!), kwamen we thuis. Sandrien bekeek haar mail en las dat haar ratje was doodgegaan.
Ik had toch heel even de gedachte dat nu de laatste van Sandriens ratjes dood is, de ratten naar ons toe waren gekomen om afscheid te nemen.
Ik ben al wel weer aan het werk geweest. Thanksgiving is voorbij. Het schilderij waar ik nu aan werk is nog in de schetsfase. Het is een vervallen gebouw met bomen die in elkaar overlopen in een strenge compositie, een beetje zoals in de werken van Lyonel Feininger.

donderdag 28 november 2013

What tomorrow will be, no one knows

Dit citaat staat op de muur van het atelier waar ik tot maandag kan werken. Midden in de ruimte staat een oude motor van het type Ik, Jan Kremer en aan het plafond hangen een discobal en een fietswiel. Door vier drie meter hoge ramen schijnt de ochtendzon naar binnen. Overal in de kamer liggen stapeltjes boeken. Er staat een gitaar tegen de muur naast een Venetiaans masker en een schedel. Een kast is overladen met pigmenten en potten lijnolie. Er is ook een kat, die als je naar de wc gaat de deur opent en je gezelschap komt houden. In de keuken vind je de mooiste theepotjes en pannen. Een trapje leidt naar een klein slaapkamertje. Een andere trap naar een opslagruimte. De schilderijen passen hier niet meer en vullen ook het atelier. De grootste schilderijen (ongeveer drie bij twee meter) zijn opgerold. Verder zijn er nog twee brandblussers, twee ventilatoren, een boekenkast vol kunstboeken, een hockeystick, een golfclub, een schommelstoel, een lavalamp, een platenspeler, een schep, drie keukentrappen, twee bokshandschoenen, een orgelpijp, een racefiets, twee fietssturen, een vaas met daarop een gezicht geschilderd, een boomstronk, een grote steen met een hamer en beitel ernaast, een werkbank, een cirkelzaag, een slee, een doos schelpen, zesentwintig lege flessen wijn, vijf volle, een laptop en een Imac waar ik dit op typ.
Kortom, een inspirerende ruimte.

Maar ik ga naar buiten, want ik heb in de buurt geweldige gebouwen gezien. De afgelopen dagen regende het en kon ik ze niet tekenen, of schilderen. Laat het een goede dag zijn!

Rietpenoefening


Sandrien voor schilderij





maandag 25 november 2013

Fake or real?

In het huis waar wij wonen, woont ook een hond. In New York zie je overal waar je gaat de hond-in-de-handtas en dit is zo’n hond. De eigenares noemt hem een toypoodle en we vermoeden dat ze daadwerkelijk denkt dat hij niet een echte hond, maar een stuk speelgoed is. Ze zei tegen ons dat alle honden nou eenmaal een vreemde fixatie hebben en dat dit beest teveel gehecht is aan bepaalde mensen. Als ze weggaat, begint de hond namelijk te blaffen en te huilen. Of het werkelijke probleem is dat het beest haar mist, of dat hij niet mag blaffen als ze er wel is, of dat hij hooguit een keer per dag wordt uitgelaten, weten we niet. Maar daar liep ik vanochtend met de hond langs de East-River. Ik rende een stukje en de hond rende mee en plotseling veranderde dat mormel heel even in een echte hond, ondanks zijn roodleren jasje en zijn hanenkam.
Zo’n ochtendwandeling is een goed moment om na te denken en ik probeerde me te herinneren waar ik het met Lex de avond tevoren over had gehad. Ik had hem mijn website laten zien en een overzicht van de kunstenaars die me inspireren. Hij vond dat ik langer door moest werken aan mijn schilderijen, iets wat ik niet voor het eerst hoorde, maar hij gaf er voor het eerst een reden voor die ik begreep. Hij zag dat sommige schilderijen voortkwamen uit een bepaalde stemming, maar het schilderen moest volgens hem volledig zelfbewust zijn. Een schilder moet net zolang doorwerken tot hij elk onderdeel van het schilderij onder controle heeft. Het is moeilijk om daarbij de spontaniteit niet verloren te laten gaan, maar ‘it is supposed to be hard!’
Ik ging aan het werk met dit in mijn achterhoofd. Niet op witte paneeltjes. Eerst maar eens degelijke ondergrondjes prepareren. Ik dekte de vloer af met The New York Times en terwijl de acrylverf droogde, las ik een artikel over een Jackson Pollock, of was het geen Jackson Pollock?
Pollock maakte in de jaren vijftig grote schilderijen, door er verschillende lagen verf overheen te gooien, een techniek die dripping heet. Hij was een alcoholist en hij eindigde in een auto-ongeluk. Na zijn dood voerden zijn vrouw en zijn minnares strijd over een van zijn schilderijen. Dit werk dat hij volgens zijn minnares als een liefdesbrief voor haar had geschilderd, was volgens zijn vrouw een vervalsing.
Beide vrouwen zijn inmiddels ook gestorven, maar de strijd is nog niet voorbij. Nu staan aan de ene kant de experts, de kunstconnaisseurs en aan de andere kant forensische detectives. De eerste groep beweert dat het schilderij onmogelijk een Pollock kan zijn, omdat het niet overeenkomt met diens stijl. De detectives beweren echter bewijs te hebben gevonden dat het schilderij een Pollock is, te weten een haar van een ijsbeer die men zorgvuldig uit de verflaag heeft gepeuterd. In het huis waar Pollock schilderde lag een tapijt van ijsberenvacht.

Uiteindelijk weten we nog niet of hij echt is of niet. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is dat mijn schilderijtje een kopie is van een zelfportret van Helene Schjerfbeck. Lex dacht dat ik hier wel eens veel aan zou kunnen hebben, voor mijn schilderijen, omdat zij absolute controle heeft, dus ben ik het maar gaan naschilderen. Het is een werk in ontwikkeling, en ik zal er deze keer wat langer aan doorwerken.

zondag 24 november 2013

Wachten op Gondry

Koffie. Worstjes, ei, spek. Klaar. Naar de metrohalte. Wachten op de G-trein. De G-trein komt van alle metrotreinen het minst vaak langs, maar het is de enige trein die langs onze wijk, Greenpoint, komt. Dus wachten op de G-trein is inmiddels onderdeel van het ochtendritueel geworden.
We gaan naar Chelsea. Deze wijk heeft zoveel galeries, dat ik, als we erdoorheen lopen, het idee heb dat ik Sint Maarten loop. Bij elke deur is het afwachten wat we krijgen.
Lex Braes had ons de werken van Bruce Marden, Jake Berthot en Rosemarie Trockel aangeraden. Marden heeft grote zwarte grafiettekeningen, met zulke dikke lagen grafiet dat ze een metaalachtige glans hebben. Berthot maakt zware, nachtelijke landschappen, maar heel lichte stillevens. Trockel heeft verschillend werk. Midden in de galerie staat een bank van roestig ijzer, dat precies op oud leer lijkt, met daarover een plastic zeil, als om het leer te beschermen. Ze heeft ook abstracte kunstwerken die, als we ze van dichterbij bekijken, van wol blijken te zijn gemaakt.
Naast deze kunstenaars spreken Tony Scherman en Jenny Morgan me aan. Scherman heeft een erg klassieke manier van schilderen, maar zijn portretten zijn zo groot dat ze het doek van meer dan een m2 volledig vullen. Op deze manier kun je de toets van de kwast erg goed zien.
Morgan werkt erg fotorealistisch, maar zet hier dan bijvoorbeeld met zwarte transparante verf een laag overheen, die ze dan op sommige plekken weer weghaalt.
Al deze kunstenaars hebben gemeen, dat ze de technische mogelijkheden van de materialen waarmee ze werken, verkennen. Zelfs als de onderwerpen me niet zo interesseren, denk ik dat ik hier veel van kan leren.
’s Avonds gaan we naar Is the man who is tall happy? van Michel Gondry (regisseur van bijv. Eternal sunshine of the spotless mind), met na afloop een interview met de regisseur zelf. We moeten een half uur van tevoren ons kaartje ophalen en moeten vervolgens in de rij staan, buiten, in de kou. We begrijpen eigenlijk niet waarom we in de rij staan en als we een half uur later bibberend naar binnen gaan, begrijpen we het nog niet. Iedereen heeft een kaartje en iedereen heeft een stoel, dus er was geen reden om in de rij te staan, maar er was nu eenmaal een rij.
De film is fantastisch. Het is een geanimeerd (in beide betekenissen) gesprek tussen Gondry zelf en Noam Chomsky. Chomsky legt uit dat er geen werkelijk verband is tussen woorden en objecten uit de werkelijkheid. Als we een boom een boom noemen, verwijzen we met dat woord boom niet naar het object boom, maar naar een psychische continuïteit die wij aan de boom toekennen. Als we een tak van de boom nemen en daaruit precies dezelfde boom laten groeien, dan is dit voor ons een andere boom. Maar als de boom om de een of andere reden in een kikker verandert, dan is het nog steeds dezelfde boom, in de gedaante van een kikker.
De animaties van Gondry zijn ongelooflijk creatief en fantasierijk. Het interview met hem stelt vanwege het type vragen niet zoveel voor en het voornaamste wat ons bij blijft is het feit dat hij zijn jasje scheef heeft dichtgeknoopt. Dat alleen al maakt het het natuurlijk absoluut de moeite waard.

We moeten weer overstappen op de G-trein naar huis en ’s avonds gaat hij nog minder vaak. We zullen de komende weken nog wel veel tijd kwijt zijn met wachten. Mijn schetsboekje komt wel vol.

zaterdag 23 november 2013

Het biefstukincident

De andere dag kwam op straat een man naar ons toe. Hij vroeg of wij van steak hielden. Ik antwoordde dat ik van steak hield. “You want some?”, vroeg hij. “I’ve got loats of steak. I’ve got 40 pounds T-bone. Whatever you want.” We staarden hem wat glazig aan, wat hij misschien met interesse verwarde, want hij begon nu zijn hele lijst op te sommen. Hij had veel steak, dat was duidelijk en als we het goed begrepen lag de steak in de achterbak van zijn auto. Ik zei maar dat we helaas geen tijd hadden, waarbij ik in het midden liet, of we te weinig tijd hadden voor deze onderhandeling, of voor het eten van een trucklading biefstuk.
Veel van mijn tijd gaat op aan het bezoeken van galerieën. Ik begon mijn eerste galerietocht op 5th avenue in Manhattan. Het deed me wel goed, om in mijn meest afgetreden spijkerbroek gouden trappen te beklimmen en vervolgens interesse voor een Andy Warhol te veinzen. Na 5th avenue zocht ik het maar wat lager bij de grond en hoger op de kaart. Orchard Street, nog steeds in Manhattan, is een straat waar om de twee gebouwen een galerie staat. Hier en daar zit er zelfs een galerie in de kelder.

De meest bevreemdende kunst die ik tegen ben gekomen, bestond uit A4’tjes met een enkel woord die op de muur waren geplakt, met vlaggen van alle landen maar dan monochroom rood en een monotoon onaangenaam geluid. Zelfs dat voelde wel vertrouwd, heerlijk huiselijk anarchisme. Ik had misschien meer multimediacrossoverminimalistische installaties verwacht, maar de meeste galeries hadden gewoon schilderijen en een aantal waren ook interessant voor mij.
Vandaag hadden we met Lex afgesproken bij een opening van een expositie in Brooklyn, om collageschilderijen te bekijken en tegelijk wellicht wat contacten op te doen.
Ik kwam tegelijk aan met Lex en we vonden Sandrien in de achtertuin, al in gesprek met een kunstenaar, met wie ik visitekaartjes uitwisselde. We dronken een wijntje en staarden naar de schilderijen aan de muren. Aan het einde van de avond had ik geen andere kunstenaars meer gesproken. Ik vind het zelf nog verdomd moeilijk om wildvreemde mensen aan te spreken. Ik zal er de komende tijd veel op kunnen oefenen, en ik hoop dat ik mijn karakter kan overwinnen.
Maar ik wou wel dat ik op dit vlak wat meer had van de man met de biefstukken.


donderdag 21 november 2013

The coffee case




Soms denk je aan iets en gebeurt plotseling precies dat waar je aan dacht. Je denkt aan het liedje en dan is plotseling dat liedje op de radio. Ik zag een bordje waarop de tekst Curb your dog stond en ik bedacht me dat daar Curb your enthusiasm, de naam van een tv-serie over een van de tekstschrijvers van Seinfeld, vandaan komt. Later diezelfde dag zag ik een bordje met de tekst Curb your ego, dat mijn vermoeden bevestigde.
Vandaag haalde ik met Sandrien koffie, en we kregen servetjes mee omdat de bekers te warm waren om vast te houden. Ik vertelde over een aflevering uit Seinfeld waarin Kramer een koffiezaak aanklaagt omdat hij de kokend hete koffie over zijn schoot heeft gekregen. Sandrien vertelde me dat de hele Amerikaanse claimcultuur, haar precedent heeft in een zaak over hete koffie. Een vrouw had koffie over zichzelf heen gegooid en klaagde McDonalds aan, omdat er geen waarschuwing op de
beker had gestaan en kreeg gelijk. Ik opende mijn koffiebeker. Je kon het plastic scheuren. ‘Je kunt hem vastklikken’, zei Sandrien. Ik probeerde hem vast te klikken, maar het lukte niet. Ik keek nog eens goed en goot zo een hele lading koffie in mijn schoot. Sandrien zei verbaasd: ‘Ik heb nog nooit iemand zo hard zien lachen, nadat hij koffie over zichzelf heeft gegooid.’
Gisteren was ik in het atelier van Lex Braes. We hebben lang over het schilderen gepraat. Hij werkt naar aanleiding van foto’s of afbeeldingen die hij jaren heeft liggen voordat een afbeelding opeens relevant wordt en hij er een schilderij van maakt. Wanneer een beeld hem dan fascineert, maakt hij soms wel tientallen werken waarin hij dit onderzoekt.
“You should really think about what it is that attracts you.”
De veelheid van indrukken in New York, hebben me misschien een beetje doen vergeten dat schilderen vooral een diepe concentratie is. En wanneer je je maar heel sterk concentreert, dan gebeurt misschien wel precies dat waar je aan dacht.




woensdag 20 november 2013

Euwema?

Koffie zetten. Tweeënhalve schep. Roeren. Drie minuten wachten. Filter omlaag drukken. Ik word langzaam wakker. Ik reis met Sandrien naar Manhatten. Zij gaat naar de NYU. Ik ga buiten schilderen. We reizen met de metro. 'Stand clear of the closing doors please.' We moeten overstappen. Er staat een groepje van zes vrouwen met exact hetzelfde donkerbruine haar op het perron. Dat zijn orthodoxe Joden, zegt Sandrien. Ze dragen pruiken. Wanneer we instappen... 'Stand clear of the closing doors please.' Zien we nog een groepje exact gelijke kapsels, maar ditmaal blond.

De bankjes op Washington Square staan in het volle zonlicht, dus ik ga daar zitten tekenen. Ik merk niet hoe de koude wind door mijn jas snijdt. Als ik klaar ben met de tekening, zit ik te bibberen. Even opwarmen en weer verder. Nu snijdt de wind door mijn trui, en halverwege de tekening sta ik op. Hier had ik niet op gerekend. Het was gisteren zomerweer. Ik duik een paar winkels in om warm te worden. The little Lebowski-shop. Een schaakwinkel, waar ook wordt geschaakt. Ik probeer nog een paar keer een tekening te maken, maar dan besluit ik het op te geven. Het is te koud.

Dan maar het Metropolitan, zeg ik tegen mezelf. Wanneer ik bij een stoplicht kom, zie ik een vrouw terugdeinzen op het troittoir. 'I don't run like I used to', zegt ze tegen mij. Een aantal straten verder staat een man te schelden op fietsers, omdat hij zojuist bijna geschept werd door een. Wanneer hij weg is, zegt een andere man tegen mij: 'He's right though. They're like ants!' Ik zeg maar niets terug.

Het Metropolitan is zo'n museum dat zo groot is, dat het je doet vermoeden dat het alle kunst van de wereld bevat. Bij de ingang staan echter twee beveiligers tassen te openen. Mijn tas bevat twee paletmessen, een puntenslijper, zes tubes olieverf, oliekrijt, een doosje met van alles en nog wat en een pot terpentine. 'You can't enter.' Ik vraag of ik mijn tas niet ergens kon achterlaten. De man slaakt een zucht van ergernis: 'Security center.' Het security center is een balie met daarachter twee mannen. 'What is your name?' Vraagt een van de mannen. 'E... U... W... E... M... A...' De man kijkt een tijdje naar wat hij net heeft genoteerd. 'How do you pronounce this?' 'Euwema', zeg ik, waarop de man in lachen uitbarst. 'Hrboekma?', vraagt hij. 'Euwema', zeg ik. 'What?' Nog steeds lachend, geeft hij me een gratis ticket voor het museum.

Wanneer moet ik mijn schilderij nu maken. Het blijkt een druk schema, elke dag schetsen, musea en galeries bezoeken, en dan een schilderij. Voor mijn onderwerp is de dag te lang geworden. Ze ligt stil  te slapen, wanneer ik tegen een stoel aanstoot. 'BAM!' Ze draait zich om en verdwijnt onder de dekens. Als ik er nu naar kijk, denk ik dat ik beter wat sneller en grover had kunnen werken.



dinsdag 19 november 2013

Aan het werk

Daar loop ik dan, met mijn schilderskistje en twee tassen schildersspullen. De mensen die ik tegenkom zijn aan het werk, of ze dragen tenminste werkkleding. Vrachtwagenchauffeurs liggen te slapen op het stuur. De Chinese vrouw die gisteren knoflooktenen in potten stopte, stopt nog steeds knoflooktenen in potten. Een man snijdt bakstenen doormidden met een zaag waar water uitkomt, zodat het stof niet opvliegt.
Ik kijk om me heen en let niet goed op wat voor me gebeurt en dan stap ik in iets zachts. Ik kijk voor me en daar tien centimeter voor mijn hoofd staat een boom, waar ik bijna zo tegenaan was gelopen. Ik kijk naar beneden om te zien waar ik zojuist ben ingestapt, wat mij gered heeft van de vervelende botsing, en daar ligt onder mijn voet een hamburger.
De hele ochtend loop ik door Greenpoint Brooklyn. Af en toe maak ik een schetsje. Ik draag mijn dubbele handschoenen, maar ze hebben hier geen winter, maar een Indian Summer, dus het ziet er wat belachelijk uit. Tegen de middag, want de zon gaat wel om vier uur onder, ga ik zitten en maak ik een schilderijtje. Het blijft ook bij een schets, want de zon draait en schijnt recht op mijn schilderij.
"Why can't you just stand still?!'", roept Lex Braes tegen de zon als ik hem dit vertel. In een cafeetje ontmoeten we deze kunstenaar. Lex is een opvallende verschijning. Hij zegt om de zin fucking of fuck it, maar meestal om zijn eigen woorden te relativeren. Hij vertelt dat hij een week naar Duitsland gaat en dat ik in die tijd van zijn atelier gebruik mag maken. Voordat hij vertrekt zullen we nog twee keer afspreken, om te beginnen aanstaande woensdag.




zondag 17 november 2013

Het MoMA

Ik lig in het donker in bed met naast mij een sleeping beauty mijn blogberichtje te schrijven. De tijd ging vandaag veel te snel voorbij, want ik was in het MoMA. Het Museum of Modern Art ligt vlakbij Central Park in Manhattan. Het heeft zes verdiepingen vol met kunst. Elke verdieping heeft ongeveer tien zalen. Elke zaal heeft tien schilderijen. En met elk van die schilderijen zou ik een dag kunnen vullen.
Mijn favoriete zaal was die waarin Odilon Redon, James Ensor en Edvard Munch hingen. Er hingen nog veel meer wereldberoemde schilderijen, maar de schilderijen van Redon en Ensor waren als drijfzand, waar je, als je er eenmaal in was gestapt, steeds dieper in wegzakte en langzaam in verdween.
Ondertussen waren Sandrien en ik zo duizelig van het lopen en geconcentreerd kijken, dat we nauwelijks meer op onze benen konden staan, dus toen we op de bank voor de waterlelies van Monet neerploften, konden we niet meer zeggen of de spirituele ervaring door de bovennatuurlijke kunstwerken of door oververmoeidheid werd opgeroepen.
Rond acht uur 's avonds waren we thuis en konden we gaan eten. Tijd voor wat kleine vingeroefeningen. Morgen wordt een serieuze schilderdag en dan 's avonds als alles goed gaat mijn eerste afspraak met een andere kunstschilder.
vingeroefening

ensor

redon


munch
Nu dromen van het MoMA.


zaterdag 16 november 2013

vertraagd

De aankomst in New York had zo mooi kunnen zijn. Ik keek zenuwachtig uit het raampje naar de verschillende eilandjes die nog geen New York waren, en toch al zo mooi. De meeste eilandjes waren bedekt met laagbouw; houten legohuisjes in verschillende vormen en kleuren. Vanuit het vliegtuig leken ze in hun veelkleurigheid net een koraalrif. De enige gebouwen die erboven uitstaken, waren watertorens, die met hun naar beneden hangende tentakels net kwallen waren.
Ik stapte vol blije verwachting uit het vliegtuig, maar deze vrolijkheid vloeide weg, bij de ontdekking dat mijn koffer niet in New York was aangekomen. Mijn koffer met mijn schilderspullen zou binnen een of twee dagen komen, werd me beloofd.
Ik zei dat de aankomst helaas niet zo mooi was, maar nadat ik even tot rust was gekomen, zag ik plotseling de geweldige wereld om me heen. Ik liep met mijn vriendin door de straten van Brooklyn tot we bij de East River kwamen, waarvan we uitkeken op de muur van Manhattan. Het is een merkwaardig panorama, dat van rechts naar links steeds moderner lijkt te worden, met helemaal rechts het Chryslerbuilding en het Empire State Building, en helemaal links het nieuwe WTC.
Helaas kwamen we Brooklyn niet meer uit. We moesten dicht bij huis blijven, omdat de koffer elk moment kon arriveren, maar dat was wel weer een goede kans om de buurt te verkennen.
Mijn koffer kwam 's avonds, toen ik net bang begon te worden dat hij niet meer zou komen.
Manhattan bij nacht is erg mooi en misschien zal ik mijn nachtrust daar nog wel vaker aan opofferen. Los van de hoogte, zijn de verschillende bouwstijlen al overweldigend. De neo-classicistische bankgebouwen zijn nogal protserig en deze stijl lijkt hier wat misplaatst, maar de meeste wolkenkrabbers hebben zo'n sterk karakter, dat je ze al snel gaat zien als reuzen en ze een gedachtewereld toedicht.
Een paar snelle schetsjes:



maandag 11 november 2013

Ik ben 101 procent voor de kunst!

Mijn kunstproject heeft op voordekunst.nl 101 procent behaald! Ik wil iedereen die hieraan heeft bijgedragen heel erg bedanken!

Nu komt het project snel dichterbij. Vrijdag stap ik op het vliegtuig naar New York. Ik ben druk met de voorbereidingen, maar ik heb nog wel de tijd gevonden om twee kleine schilderijtjes te maken. Een van de schilderijen zal verloot worden onder de donateurs. De winnaar zal bekend gemaakt worden op de laatste dag van mijn project, om de spanning er nog maar even in te houden.



Laat ik nu even kort op de schilderijtjes ingaan. Ze zijn allebei wat onkarakteristiek. Het eerste schilderij heb ik uit mijn hoofd geschilderd en is in veel opzichten vrij gebrekkig, maar het bevat tegelijk ook de kern van een droombeeld, waar ik hoop nog een keer dieper tot door te dringen. Ik weet niet eens zeker of het een droom was, waar ik uit put, maar het gaat ongeveer zo:

Ik fiets over plattelandsweggetjes en raak hopeloos verdwaald. Dit klinkt wel alsof het echt gebeurd kan zijn. Terwijl ik stug door blijf fietsen op mijn fietsje zonder licht, valt langzaam de duisternis in en op een gegeven moment vind ik mijzelf gevangen in de nacht. Dat verhaal komt niet helemaal over in het beeld, maar mijn vorige poging bleek na vele uren schilderen getransformeerd in een volledig zwart vlak, dus ik denk dat ik al vooruitgang boek. De nacht is nu niet zwart, maar een blauwe waas, met in de verte het zwakke licht van de stad tegen een paarse lucht. Helaas is de foto even gebrekkig als het schilderij zelf, dus ik zal er niet meer woorden aan vuil maken.

Het schilderij dat verloot zal worden, bevat wat meer kleur en is geïnspireerd op een droomwereld waartoe de schilder directe toegang heeft, zonder gebruik van verdovende middelen of een getroebleerde geest. Het is misschien een beetje een flauwe kunstgreep die ik heb toegepast: Ik heb een reflectie in het water geschilderd en dan op de kop. Dit maakte het voor mij makkelijker om me op de kleur te richten, omdat in het water niets een vaste vorm heeft. Deze kleuren zijn een beetje gedempt, maar hebben voor mij althans, wel veel zeggingskracht.

Het haalt misschien wat van de magie weg, als ik beschrijf hoe een beeld tot stand komt, maar er wordt volgens mij over het algemeen wat teveel waarde gehecht aan inspiratie. Ideeën, ook beeldende ideeën, komen uit een duister onderbewustzijn, maar de meeste ideeën laten zich alleen zien tijdens het schilderen en worden geactiveerd door allerlei praktische zaken, bijvoorbeeld door de zalmroze ondergrond, of de visboer die door zijn megafoon zijn waren aanprijst, of die knagende honger… Hm, wat zal ik vanavond eens schilderen.


Ik zal de komende maand weinig tijd hebben om diepe filosofische gedachten uit te werken tot schilderijen, maar dankzij jullie kan ik elke dag met een gevulde maag en een gevulde schilderskist hard aan het werk!