dinsdag 17 december 2013

Winnaar schilderij bekend!

Voor het project A portrait of the artist as a skyscraper zou ik een schilderij verloten onder de donateurs. Het schilderij staat hieronder.
Om de loting volledig eerlijk te laten verlopen, heb ik een lijst met de namen van de donateurs gemaakt en de niet de namen maar de nummers ingevoerd in een random number generator op de site http://www.random.org/.
Het nummer dat eruit kwam was 18 en dit getal was verbonden aan de naam: TOMAR KROEDERS!
Gefeliciteerd!

I built myself a metal bird



Voordat ik de winnaar van de loterij van het schilderij bekendmaak, wou ik nog even een kort blog schrijven over mijn meest recente activiteit. In New York kreeg ik het idee om een jurk te maken van beschilderd linnen. Ik weet niet waarom ik dit idee nou juist daar kreeg. In Barcelona had ik veel ontwerpen getekend voor een jurk, naar een geabstraheerd motief van palmbladeren. Deze jurk heb ik nooit gemaakt en misschien ben ik nu meteen na New York aan de slag gegaan, omdat ik het niet zolang wou uitstellen dat dit idee ook zou verdwijnen. Het idee heeft niets te maken met de grenzen van de schilderkunst opschuiven, of iets dergelijks. Het leek me gewoon wel grappig.

Na een paar mislukte papieren modellen, besloot ik een model van ijzerdraad te maken, omdat ik graag met dit materiaal werk. Hierboven staan eerdere modellen van ijzerdraad, hieronder zie je een foto van het model voor de jurk. Bewegen ging nog verbazingwekkend goed in dit korset en daarom heb ik besloten het ijzerdraadmodel voor de uiteindelijke jurk te gaan gebruiken.


Ik heb inmiddels stof om het ijzerdraad gewikkeld, zodat alle scherpe randjes bedekt zijn. Ik gebruik geen patronen of andere voorbeelden en moet daarom steeds zelf nadenken over hoe ik het aanpak. Het voordeel hiervan is wel dat ik de jurk helemaal kan vormen naar mijn idee.

Voor de rok zal ik vijf taps toelopende schilderijtjes van vogeltjes gebruiken. Ik heb er uiteindelijk zes gemaakt, omdat ik over een niet tevreden was. Er zit geen marge om de schilderijtjes, dus dat wordt nog spannend.


De volgende stap is het maken van een groot schilderij om deze vervolgens in stukken knippen en met de hand op het geraamte te naaien. Dit zal een schilderij worden van de Camperdown Elm.
Ik heb twee kleintjes gemaakt en ik ben weer wat gaan twijfelen aan deze aanpak. Over de kleuren ben ik wel tevreden, maar als ik ze in stukken moet knippen, blijft er van het beeld weinig over. Misschien moet ik een nieuw doek al in de juiste vormen knippen en dan gaan schilderen, zoals ik met de vogels heb gedaan.



woensdag 11 december 2013

open je ogen

"Open je ogen." Ik staar recht in de ogen van Sandrien. Ze was vanochtend naar Washington vertrokken. Ik begrijp het niet, maar ze heeft een dienblad vast waarop twee cannoli's liggen. Ik eet de stukjes chocola van het uiteinde. "Het was door de sneeuw", zegt ze. Ik val weer in slaap.
"Open je ogen." Sandrien is er weer. "Ik ben beter.", zeg ik.
"Kom in de sneeuw." Ik kleed me zo dik mogelijk aan en loop de sneeuw in. Ik loop als een pasgeboren veulen. Ik ben nog ziek, denk ik. Er staat een spierwit gebouw. Guggenheim. De vloeren lopen scheef en in het trapgat draait het duizelig naar beneden. Schreeuwerige teksten. "THESHOWISOVERTHEAUDIENCEGETUPTOLEAVETHEIRSEATSTIMETOCOLLECTTHEIRCOATSANDGOHOMETHEYTURNAROUNDNOMORECOATSANDNOMOREHOME"
We gaan naar huis.
De Italianen zijn aan het koken. Ze maken een grote toren van vlees. Andere gasten komen binnen. Een jazzdrummer. Een beroemde acteur. Een meubelmaker. Een architect. Een kunstenares.
Eerste gang risotto. "Sandrjèn, tradurre..." Tweede gang pasta. "Sandrjèn, bellissima!" Derde gang cotoletta alla milanese. De toren van vlees. "Sandrjèn!" Vierde gang Sfogliatelle. "Gaaike! Sei molto fortunato... Sandrjèn è fantastica!"
Ik eet zoveel ik kan en herinner me dat ik ziek ben. Ik duik weer in bed.
Er aait iets over mijn gezicht. Ik word wakker. Kijk recht in de ogen van Casper, de kat. Hij beweegt voorzichtig zijn poot over mijn wang. Het is de volgende dag. Ben ik beter?
Lex is er. Hij heeft koekjes mee, met zout op de bovenkant. "We waren in het Guggenheim.", zeg ik. "Er waren schilderijen met teksten en soms met een enkel woord erop. We begrepen er niets van."
"Die kunstenaar krijgt wel erg veel eer voor zijn werk, maar toch kan zijn werk in de juiste context wel betekenis hebben. Mensen denken tegenwoordig dat ze het recht hebben alles te begrijpen, maar je moet vaak moeite doen om iets te begrijpen." "Het is toch vreemd dat het in een museum hangt naast werk van Picasso, Vuillard etc." "Misschien moet je niet op de manier naar zijn werk kijken, zoals je bijvoorbeeld naar een Rembrandt kijkt. Misschien moet je zo kijken, zoals je kijkt naar het werk van de vergeten leerling van Rembrandt."
Het gesprek gaat plotseling over wat kunst is.
"Jij bent geen Rembrandt, of tenminste, dat zul je nooit weten. Dat weten we pas over honderd jaar. Het heeft dus geen zin om je iets aan te trekken van wat mensen zeggen. De kunstenaars die we nu als grote kunstenaars beschouwen, maakten hun schilderijen niet met het doel dat andere mensen ze mooi zouden vinden. Als je voor anderen wil schilderen, moet je dat doen, maar dat beschouw ik niet als kunst. En als je nu schildert, wil ik zien dat je Francis Bacon hebt gezien. Hij heeft de kunst veranderd, zoals Picasso dat eerder heeft gedaan. Maar je moet vooral doen wat je leuk vindt. Ik maak zelf wel onderscheid in kwaliteit, omdat ik mijn tijd niet wil verdoen met werk dat me niet verder kan helpen." Zoiets zei Lex.
Ik voel me weer ziek. Mijn borst doet pijn van het hoesten. Ik kruip diep onder de dekens. Ik zie Sandriens rug. Ze zit gebogen over haar laptop te werken. Ik dommel weg.
Ik zie Sandriens rug. Ze is nog aan het werk. Ik val weer in slaap.
"Open je ogen."

dinsdag 10 december 2013

Wat is dit voor wereld, waarin wij niet leven?

(de gebeurtenissen uit dit blog zijn nog van voor ik ziek was)

We vonden onszelf opeens op een feestje met de New Yorkse hippe mensen, die wodka dronken met een partje limoen, zoals wij, of drugs gebruikten, zoals onze gastvrouw, die we de rest van de avond niet meer terugzagen. Het was in een klein, vierkant danszaaltje, waar op alle muren hallucinerende clips werden geprojecteerd. De zaal was volgestouwd met mensen die niet dansten. Althans, ze deden een stoelendans, want we moesten telkens weer plaatsmaken voor grote volksverhuizingen. Het leek wel alsof iedereen met iedereen wilde praten.
Het feest was een lancering van een nieuw album van een band waar ik de naam van ben vergeten. Het was een jaren tachtig beat, met synthesizer en een zangeres met een te kort rokje, die niet kon zingen. "Dat zie je tegenwoordig overal.", zei Sandrien, met zoveel mogelijk minachting. We zijn halverwege weggegaan.
De volgende dag naar Moma PS1 (public school no1). Er waren twee lezingen over wiskunde en liefde, of eigenlijk ging het over de wiskunde en kunst. De eerste lezing was van een wiskundige die iets te graag naar zichzelf luisterde. Hij had een verhaal over hoe de wiskunde nieuwe abstracties opende voor de kunst. Ik kan me in principe bijzonder vinden in deze algemene stelling. Tijdens mijn geschiedenisstudie heb ik aan een essay gewerkt over de manieren waarop de uitvinding van het lineair perspectief kunstenaars instaat stelden op een abstracter niveau te werken, in plaats van dat ze daardoor dichter bij de werkelijkheid kwamen. Ik weet niet of ik deze gedachte ooit helder heb verwoord, maar deze wiskundige kon in elk geval geen enkele gedachte helder verwoorden. Gelukkig werd de tweede lezing gegeven door een kunstenaar, Laurent Derobert, die de liefde had verbeeld in wiskundige formules. Het klinkt wat gemakkelijk, maar het was knap en interessant gedaan.
Na de lezingen, moesten beide sprekers met elkaar in discussie, en tot mijn verbazing nam de wiskundige, die nog niets zinnigs had gezegd, steeds het woord, terwijl de verlegen, maar interessante kunstenaar, die bovendien het Engels niet volledig machtig was, niet eens de kans kreeg iets te zeggen. Zelfs de gespreksleider, Peter Coffin, die Escherachtig werk maakte, maar dan ruimtelijk, had meer te zeggen dan de verwaande kwast die op de spreekstoel zat. We zijn halverwege weggegaan en na een expositie van werk van Mike Kelley te hebben bekeken, kwamen we terug in de koepel waar de lezingen waren gegeven.
Er stonden door de ruimte verspreid zitkussens waarop nog een handjevol mensen zaten of lagen. Deprimerende, elektronische muziek klonk uit de boxen, terwijl er hallucinerende videoclips op de wanden van de koepel werden geprojecteerd.
"Wat is dit voor wereld, waarin wij niet leven?", riep Sandrien uit.
Op dat moment beklom een te dikke, zwarte jongen, in kaki korte broek met spierwitte kniekousen, het podium. Hij begon uit het niets te zingen, met zo'n mooie hoge stem, dat het niet uitmaakte dat hij af toe een beetje vals was. We veerden op en staarden hem met open mond aan. En daar waren plotseling de dansbewegingen. Hij maakte alleen wat kleine bewegingen met zijn enkels, maar zo soepel. Na het lied, liep hij weg.
Wij voelden ons weer thuis.

Ziek

Ik schuifel over de houten vloer. "Are you sick", vraagt Aliya. "Yes, I think I am." Sandrien was ook ziek geworden, maar bij haar was het snel over geweest, terwijl er bij mij maar geen einde aan kwam.
Ik lig nu een dag en twee nachten in bed. Het grootste deel van de tijd slaap ik. Sandrien is overdag druk aan het werk en als ik iemand de trap op hoor komen, denk ik dat zij het is. Het is steeds de huisbaas, die "Maestro, maestro!" roept. Zo noemt hij de Italiaanse ingenieur, die stug door blijft werken aan zijn ontwerpen voor een universeel systeem voor keukenkastjes.
Dan lig ik weer even wakker en staar ik naar het plafond of naar de muur. Er gebeurt zoveel in deze ruimte. Al die geïmproviseerde constructies. Aan elk onderdeel lijkt een groots idee vooraf te zijn gegaan, maar tegelijk is alles half af. Het lijkt het werk van iemand met grote concentratieproblemen. "Maestro, maestro! Quando andiamo al cinema?", roept de huisbaas. De ingenieur gromt wat en werkt door. 
In deze drukke ruimte, hangt een schilderijtje van mij. Er zou een lijst om moeten, denk ik bij mezelf en tegelijk denk ik aan alle schilderijen die ik op deze reis ben tegengekomen, die juist uit de lijst probeerden te breken. We kregen laatst een rondleiding door het atelier van Nicola Lopez, een kunstenares die erg sterke werken maakt waarin ze architecturale elementen als in een collage samenvoegt. Ze vertelde dat ze in het Guggenheim en in het Metropolitan exposeerde, maar dat ze nog steeds moest lesgeven om rond te komen. Haar werk in het Metropolitan bestond uit schilderijen die uit hun lijst braken.
Een baby huilt. Een vreemd geluid.
Het is maar een voorbeeld. Ik heb zoveel werk gezien, schilderijen met gaten waardoor de muur zichtbaar werd, schilderijen met veelvormige lijsten etc. Je krijgt de indruk dat het meer een modetrend is, dan een artistieke ontwikkeling.
Ik denk zelf dat het al moeilijk genoeg is om controle te hebben over de ruimte binnen het kader. Misschien zal ik ooit in de toekomst installaties maken, maar ik kan me nu moeilijk voorstellen dat ik op een gegeven moment denk, dat het schilderij me teveel beperkingen oplegt. Tot nu toe zijn de mogelijkheden die het schilderij biedt, nog steeds te groot geweest.
De baby huilt weer. Ik wist niet dat er een baby was.
Dan heb je ook nog het ruimtelijke werk, dat je vaak in galeries ziet, dat een duidelijke functie lijkt te hebben: de kunstenaars plakken een of ander lint tegen de muur, of ze schrijven diepzinnige woorden in het trapgat, zodat de toeschouwer van het ene schilderij naar het andere wordt geleid. Misschien denken de kunstenaars wanneer ze dit doen, dat ze de grenzen van de kunst opzoeken, maar in wezen beperken ze zich tot binnenhuisarchitectuur.
Ik hoor Casper de kat miauwen. Als hij miauwt klinkt het net alsof er een baby huilt.
Misschien ben cynisch geworden, doordat ik te lang ben opgesloten in deze kleine ruimte. Het wordt tijd om uit bed te gaan.
"Maestro, maestro!" Ditmaal is het de vrouw van de ingenieur. "Andiamo, subito!" De ingenieur gromt wat. "Subito, subito!" Hij gromt nog steeds. "No, no. NOW!"
Later vertelt Sandrien dat de ingenieur beneden was gekomen en had gezegd: "Ok, ik ga mee, maar ik wil ook een keer naar de film van de gebroeders Coen." Waarop de huisbaas had gezegd: "We gaan ook naar de film van de gebroeders Coen, ik heb de kaartjes al!" "Naar de gebroeders Coen? Waar wachten we dan nog op?! Laten we gaan!"

vrijdag 6 december 2013

Bijna dakloos

Ik werd vanochtend wakker en ik liep naakt over een trap, gemaakt van twee tafels, een stoel en een bureau, van de hoogslaper naar beneden. Er hingen geen gordijnen voor het raam en precies aan de andere kant van het raam op het dak stond een stoel. Er zat niemand op de stoel, maar toch voelde het wat ongemakkelijk. Nu ik dit schrijf loopt er een man over het dak. Hij roept iets naar beneden.
We hebben de afgelopen dagen in een trailer geslapen en nu dus in deze kamer. We waren eigenlijk van plan om op een plek te blijven, maar onze vorige huisbazin heeft ons uit haar huis gegooid.
Dat kan dus zomaar gebeuren en heel even waren we midden in New York, zonder dak boven ons hoofd. Sandrien had voor mijn aankomst een aardig meisje leren kennen, dat werkte in een soort kunstenaarscommune/hostel. Zij zei dat we meteen konden komen.
De plaats waar we nu verblijven, is bijzonder vreemd. Vanochtend opende ik een keukenkastje en er vielen een pan, even later nog een pan en ten slotte een enorme rat uit. De rat was onmiddelijk verdwenen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat hij ergens in de muur kon schieten, want de hele constructie van het gebouw is geïmproviseerd. Er is daardoor overal iets te zien. Op de wc bestaat de vloer uit bierdoppen en uit het ronde houten plafond, steken een stuk of tien lampen. De woonkamer en eigenlijk elke ruimte is volgestouwd met antieke voorwerpen. Er is ook een doorgang naar een doka en naar een fotostudio. Daar worden Daguerreotypes geschoten.
De huiseigenaar is een zeer knappe vent van rond de dertig, die het liefst in driedelig pak loopt. Hij legde mij eergisteren uit hoe ik een lp kon afspelen op een platenspeler die je moest aanzwengelen en waarvan je om de twee platen de stalen naald moest vervangen. Hij spreekt net als Sandrien Italiaans met twee andere gasten, een kunstenares en een ingenieur. Ik heb de kunstenares mijn werk laten zien en Sandrien vertaalde dat ze ze erg interessant vond, maar wel wat nauwkeurig. Haar eigen werk bestond uit enorme asfaltschilderijen en erg zwaarmoedige, maar indrukwekkende installaties.
Lex voelde zich niet echt op zijn gemak in deze drukke omgeving: “Your room is like a ship.” Hij heeft een tijdje naar mijn schilderijen staan kijken en zei toen dat hij het schilderij van de bomen met het gebouw erachter het best vond. De manier waarop ik het gebouw suggereerde en de manier waarop de kleurvlakken met elkaar samenwerkten, vond hij goed. Ik moest er niets meer aan doen.
Het schilderij waar ik nu aan werk, van een grote boom met daarvoor een half vergaan gebouw, waarvan het dak bijna volledig is ingestort, was een ander verhaal. De zwart-witcompositie was goed, maar het was allemaal zo ingevuld en er gebeurde zoveel, zonder dat er een werkelijk idee achter zat. Ik zei dat ik het mooi had gevonden, hoe het gebouw een soortgelijke structuur had gekregen als de boom en er daarom haast deel van uit ging maken. “Yeah, but it’s not doing that at the moment. Like this red colour. I see it now, but I didn’t see it immediately. You've got to think about every brushstroke.” Ik had dat bij mijn vorige schilderij gedaan, maar deze had ik te snel geschilderd. Nu ga ik maar weer even iets anders doen.
In de supermarkt in de buurt lezen de caissières tijdens hun werk boeken. Ze halen de producten over de blieper en duiken vervolgens weer in hun boek. Schilderen is absoluut niet zulk geestdodend werk, maar het is toch fijn om af en toe de gedachten te verzetten.

donderdag 5 december 2013

The Camperdown Elm

Te midden van alle drukte in Manhattan bevindt zich het Central Park. Als je door het Central Park loopt, kun je plotseling omringd worden door kardinaalvogels en eekhoorntjes en je in de Walt Disney verfilming van Sneeuwwitje wanen, maar vaker ben je omringd door andere mensen. Brooklyn heeft eigenlijk een veel mooier park: het Prospect Park.
Gisteren liep ik doelgericht, over het ravine, een smal pad door het enige bos van Brooklyn, langs de long meadow, een uitgestrekt heuvellandschap, naar de Camperdown Elm. Ik had hem een dag eerder ontdekt en was meteen gefascineerd. De boom heeft bijna horizontale takken en hij leunt op een grote houten wandelstok. De takken hebben allerlei kronkels en knobbels.
New York heeft zoveel te bieden en ik zit bij een boom, dacht ik. Ik heb nog een lange lijst van plaatsen die ik wil bezoeken, mensen die ik wil ontmoeten, en ik zit bij een boom. Misschien waren de afgelopen dagen zo vol van spannende, maar ook vervelende avonturen, dat ik nu met een boom moest praten.
Zo zat ik laatst rond een kampvuur met Sandrien en Alies, een drietal kunstenaars en twee achttienjarige meisjes die graag alcohol wilden drinken. Ik voerde een gesprek met een kunstenares, dat op z’n zachts gezegd moeizaam verliep. ‘What kind of art do you make?’ had ze gevraagd en bij mijn antwoord fronste ze haar wenkbrauwen. ‘Painting? Why do you bother in this time?’ Ik zei dat een schilder een directe relatie met zijn materialen heeft. Verf kun je kneden met je handen en het is daarom een directer, of eerlijker medium dan bijvoorbeeld de computer. ‘Yeah, but I mean, like, why an object? I studied art at Yale university, it’s like the best university, you know. And attention is the new medium. Painting is like… why? Why do you make paintings?’ Ik had weinig zin om die vraag te beantwoorden en werd gelukkig van haar bevrijd door een andere kunstenaar.
Hij had ons gesprek niet gehoord, maar kwam toevallig in dezelfde discussie met haar. ‘You should have some respect for people that make something, that do something. You just talk talk talk. You write a book about art, but you don’t know what art is. Art is the relationship between an artist and his materials. Art is talking to the metal. It is talking to the tree.’
‘But your recent art is all about attention. It is really good.’
Hij keek treurig en vermoeid uit zijn ogen, alsof hij volledig gedesillusioneerd was. Vervolgens liep de discussie enorm uit de hand, maar vanaf dat moment was het ook niet interessant meer.
Ik kan beter praten met een boom, al kan hij niet terug praten. Ik las het bordje dat aan het ijzeren hek van de gekooide boom hing.
Er stond dat de Camperdown Elm gegroeid was uit een tak van een iep op het landgoed van de graaf van Camperdown in Schotland. Het is dus een perfecte kopie en wel een van de weinige nog bestaande kopieën van deze ene iep in Schotland. Wat vrij uniek is aan de Camperdown Elm, is dat deze zich niet uit zichzelf kan voortplanten. De graaf van Camperdown kon, of heeft zich ook niet voortgeplant. Ik vind het een mooie gedachte dat de graaf aan het einde van zijn leven in deze boom is veranderd, waardoor hij niet alleen het eeuwige leven kreeg, maar zelfs meerdere levens op verschillende plaatsen in de wereld.
De boom heeft meer zorg nodig, dan de meeste bomen en in de jaren zestig stond de iep in Prospect Park op het punt om omgehakt te worden. Ratten hadden holen gegraven in de stam. De boom werd gered door een gedicht van een bekende dichteres uit Brooklyn, Marianne Moore.
Kunst heeft de boom gered. Terwijl ik schetsen maakte, zag ik een andere man zeker een kwartier naar de boom staren. Misschien ben ik toch niet gek.

maandag 2 december 2013

are you a Jew?

Deze dagen is Alies, een vriendin van Sandrien, in New York en we hebben samen wat tijd doorgebracht. Alies wou graag naar een gospeldienst, dus vanochtend ging ik voor het eerst in een lange tijd weer eens naar de kerk.
Voor de kerk stond een jongen die chocolademelk uitdeelde. Hij schudde ons meteen de hand en heette ons welkom. We konden hem moeilijk verstaan, omdat uit luidsprekers gezangen en oproepen om naar binnen te gaan, schalden.
Dus wij gingen naar binnen.
Het koor was erg goed, al kon ik wat moeilijk wennen aan zinnen als  'our God is the best'  die bovendien minutenlang herhaald werden.
Een van de zangers probeerde het publiek op te zwepen. Hij zong: 'Put your hands together.'  Of: 'Come on, make some noise.'  Of: 'Put your left hand in the air, reach for God.'
Het deed Sandrien en mij sterk denken aan een MC, die voor rappers de boel aan elkaar praat.
Ik zat laatst in de metro vlakbij een jongen en een meisje die aan het rappen waren. Het meisje droeg eerst een rap voor die ze op een papiertje had geschreven. Het was een wat sentimentele tekst, met veel seksueel getinte metaforen. 'Very good', zei de jongen: 'I loved the part where you said ******.'
Het is zonde dat ik de metafoor ben vergeten, want hij was wel goed en vooral erg grof.
'Let's do freestyle.' Zei de jongen. Hij begon uit zijn hoofd te rappen, terwijl het meisje in haar handen klapte. 'Let's pray every day, god is great, love don't hate, pray to the lord…' Het meisje keek hem even vreemd aan en riep toen: 'What's up with the JESUS?'
De dienst in de kerk ging over de apostel Paulus en over Apollos, twee van de eerste joden die zich tot het christendom bekeerden en het geloof gingen verspreiden. Apollos had in eerste instantie een andere versie van het christendom.
De dominee richtte zich nu op de vraag hoe je weet of je de juiste versie van het christendom hebt. De meeste mensen nemen de ideeen over van de kerk waarin ze zijn opgegroeid en dat is raar, want je had net zo goed in een andere variant van de kerk geboren kunnen worden. Ik had niet zulke vrijzinnige opvattingen verwacht in deze kerk. Overigens vond de dominee wel dat je christen moest blijven, al kun je tenslotte ook als moslim of jood geboren worden.
In de metro later die dag kwam een oude orthodoxe jood naar me toe. Hij vroeg: 'Are you a Jew?' Ik antwoordde ontkennend, waarop hij zijn excuses aanbood en weer wegliep.



zaterdag 30 november 2013

de rattenvanger van Harlem

De kat zit naast me op de bank te slapen. Sandrien zit Murakami te lezen. Ik hoor haar af en toe zuchten slaken van ergernis. Ze houdt niet van Murakami. Sandrien is een open boek. Ik ben die eigenschap in mensen steeds meer gaan waarderen. Lex heeft diezelfde eerlijkheid en het is eigenlijk ongelooflijk dat hij me nu al zo vertrouwt, dat ik in zijn atelier kan wonen.
Gisteren liep ik met Sandrien door Harlem. Het was Thanksgiving en hoewel wij eigenlijk nauwelijks weten wat deze feestdag inhoudt, vonden we niet dat we als enige mensen in New York op deze dag moesten gaan werken. Dus liepen we door Harlem.
We zagen een kathedraal, die de grootste kathedraal van de wereld is. Er zat zelfs een parkeergarage in, dus dat klopte wel.
We zagen vijf vrachtwagens volgeladen met kerstbomen.
We zagen ook een dikke rat die over straat liep en in een put verdween.
Even later kwamen we in een park en daar waren nog meer ratten. Het waren echt heel veel en deze leken op tamme ratten. Ze waren absoluut niet bang en ze kwamen zelfs naar ons toe. Wij waren wel wat bang, dus we liepen verder.
Alle winkels en restaurants waren dicht, omdat het Thanksgiving was. Toch liepen we naar een restaurant dat Sylvia heette. Sylvia was tot onze verbazing open en de mensen waren er open, waardoor ik het gevoel kreeg dat we bij een gezin aan tafel waren geschoven. Het eten was niet zo best, maar het maakte niet uit omdat het gezellig was. Alleen direct naast ons zaten een vader en zoon die de hele maaltijd niets tegen elkaar zeiden. De vader pakte op een gegeven moment een stuk vlees van zijn bord en gaf dat aan zijn zoon.
De kalkoen was wel lekker, maar de rest niet. Ik had nooit gedacht dat het onbeleefd zou voelen om te weigeren de resten van een maaltijd mee te nemen in een doggybag, maar zo voelde het.
We namen de metro en bij het wachten op de trein zagen we een ratje tussen de rails door kruipen.
Nu moesten we de avond nog in stijl afsluiten. Ik kijk graag naar de serie Louie over een New Yorkse standup comedian. Hij treedt in de serie altijd op in Comedy Cellar. Dus daar gingen we nu naartoe. De host van de avond was Ardie Fuqua die ook in de Louie CK Show speelt.
Een cabaretier kwam het podium op. Hij begon: 'So I walked down the street. This guy came up to me. He asked me: "Wanna buy some steak?"'
Het was een geweldige avond en na nog een stuk cheesecake (want dat doet Louie ook!), kwamen we thuis. Sandrien bekeek haar mail en las dat haar ratje was doodgegaan.
Ik had toch heel even de gedachte dat nu de laatste van Sandriens ratjes dood is, de ratten naar ons toe waren gekomen om afscheid te nemen.
Ik ben al wel weer aan het werk geweest. Thanksgiving is voorbij. Het schilderij waar ik nu aan werk is nog in de schetsfase. Het is een vervallen gebouw met bomen die in elkaar overlopen in een strenge compositie, een beetje zoals in de werken van Lyonel Feininger.

donderdag 28 november 2013

What tomorrow will be, no one knows

Dit citaat staat op de muur van het atelier waar ik tot maandag kan werken. Midden in de ruimte staat een oude motor van het type Ik, Jan Kremer en aan het plafond hangen een discobal en een fietswiel. Door vier drie meter hoge ramen schijnt de ochtendzon naar binnen. Overal in de kamer liggen stapeltjes boeken. Er staat een gitaar tegen de muur naast een Venetiaans masker en een schedel. Een kast is overladen met pigmenten en potten lijnolie. Er is ook een kat, die als je naar de wc gaat de deur opent en je gezelschap komt houden. In de keuken vind je de mooiste theepotjes en pannen. Een trapje leidt naar een klein slaapkamertje. Een andere trap naar een opslagruimte. De schilderijen passen hier niet meer en vullen ook het atelier. De grootste schilderijen (ongeveer drie bij twee meter) zijn opgerold. Verder zijn er nog twee brandblussers, twee ventilatoren, een boekenkast vol kunstboeken, een hockeystick, een golfclub, een schommelstoel, een lavalamp, een platenspeler, een schep, drie keukentrappen, twee bokshandschoenen, een orgelpijp, een racefiets, twee fietssturen, een vaas met daarop een gezicht geschilderd, een boomstronk, een grote steen met een hamer en beitel ernaast, een werkbank, een cirkelzaag, een slee, een doos schelpen, zesentwintig lege flessen wijn, vijf volle, een laptop en een Imac waar ik dit op typ.
Kortom, een inspirerende ruimte.

Maar ik ga naar buiten, want ik heb in de buurt geweldige gebouwen gezien. De afgelopen dagen regende het en kon ik ze niet tekenen, of schilderen. Laat het een goede dag zijn!

Rietpenoefening


Sandrien voor schilderij





maandag 25 november 2013

Fake or real?

In het huis waar wij wonen, woont ook een hond. In New York zie je overal waar je gaat de hond-in-de-handtas en dit is zo’n hond. De eigenares noemt hem een toypoodle en we vermoeden dat ze daadwerkelijk denkt dat hij niet een echte hond, maar een stuk speelgoed is. Ze zei tegen ons dat alle honden nou eenmaal een vreemde fixatie hebben en dat dit beest teveel gehecht is aan bepaalde mensen. Als ze weggaat, begint de hond namelijk te blaffen en te huilen. Of het werkelijke probleem is dat het beest haar mist, of dat hij niet mag blaffen als ze er wel is, of dat hij hooguit een keer per dag wordt uitgelaten, weten we niet. Maar daar liep ik vanochtend met de hond langs de East-River. Ik rende een stukje en de hond rende mee en plotseling veranderde dat mormel heel even in een echte hond, ondanks zijn roodleren jasje en zijn hanenkam.
Zo’n ochtendwandeling is een goed moment om na te denken en ik probeerde me te herinneren waar ik het met Lex de avond tevoren over had gehad. Ik had hem mijn website laten zien en een overzicht van de kunstenaars die me inspireren. Hij vond dat ik langer door moest werken aan mijn schilderijen, iets wat ik niet voor het eerst hoorde, maar hij gaf er voor het eerst een reden voor die ik begreep. Hij zag dat sommige schilderijen voortkwamen uit een bepaalde stemming, maar het schilderen moest volgens hem volledig zelfbewust zijn. Een schilder moet net zolang doorwerken tot hij elk onderdeel van het schilderij onder controle heeft. Het is moeilijk om daarbij de spontaniteit niet verloren te laten gaan, maar ‘it is supposed to be hard!’
Ik ging aan het werk met dit in mijn achterhoofd. Niet op witte paneeltjes. Eerst maar eens degelijke ondergrondjes prepareren. Ik dekte de vloer af met The New York Times en terwijl de acrylverf droogde, las ik een artikel over een Jackson Pollock, of was het geen Jackson Pollock?
Pollock maakte in de jaren vijftig grote schilderijen, door er verschillende lagen verf overheen te gooien, een techniek die dripping heet. Hij was een alcoholist en hij eindigde in een auto-ongeluk. Na zijn dood voerden zijn vrouw en zijn minnares strijd over een van zijn schilderijen. Dit werk dat hij volgens zijn minnares als een liefdesbrief voor haar had geschilderd, was volgens zijn vrouw een vervalsing.
Beide vrouwen zijn inmiddels ook gestorven, maar de strijd is nog niet voorbij. Nu staan aan de ene kant de experts, de kunstconnaisseurs en aan de andere kant forensische detectives. De eerste groep beweert dat het schilderij onmogelijk een Pollock kan zijn, omdat het niet overeenkomt met diens stijl. De detectives beweren echter bewijs te hebben gevonden dat het schilderij een Pollock is, te weten een haar van een ijsbeer die men zorgvuldig uit de verflaag heeft gepeuterd. In het huis waar Pollock schilderde lag een tapijt van ijsberenvacht.

Uiteindelijk weten we nog niet of hij echt is of niet. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is dat mijn schilderijtje een kopie is van een zelfportret van Helene Schjerfbeck. Lex dacht dat ik hier wel eens veel aan zou kunnen hebben, voor mijn schilderijen, omdat zij absolute controle heeft, dus ben ik het maar gaan naschilderen. Het is een werk in ontwikkeling, en ik zal er deze keer wat langer aan doorwerken.

zondag 24 november 2013

Wachten op Gondry

Koffie. Worstjes, ei, spek. Klaar. Naar de metrohalte. Wachten op de G-trein. De G-trein komt van alle metrotreinen het minst vaak langs, maar het is de enige trein die langs onze wijk, Greenpoint, komt. Dus wachten op de G-trein is inmiddels onderdeel van het ochtendritueel geworden.
We gaan naar Chelsea. Deze wijk heeft zoveel galeries, dat ik, als we erdoorheen lopen, het idee heb dat ik Sint Maarten loop. Bij elke deur is het afwachten wat we krijgen.
Lex Braes had ons de werken van Bruce Marden, Jake Berthot en Rosemarie Trockel aangeraden. Marden heeft grote zwarte grafiettekeningen, met zulke dikke lagen grafiet dat ze een metaalachtige glans hebben. Berthot maakt zware, nachtelijke landschappen, maar heel lichte stillevens. Trockel heeft verschillend werk. Midden in de galerie staat een bank van roestig ijzer, dat precies op oud leer lijkt, met daarover een plastic zeil, als om het leer te beschermen. Ze heeft ook abstracte kunstwerken die, als we ze van dichterbij bekijken, van wol blijken te zijn gemaakt.
Naast deze kunstenaars spreken Tony Scherman en Jenny Morgan me aan. Scherman heeft een erg klassieke manier van schilderen, maar zijn portretten zijn zo groot dat ze het doek van meer dan een m2 volledig vullen. Op deze manier kun je de toets van de kwast erg goed zien.
Morgan werkt erg fotorealistisch, maar zet hier dan bijvoorbeeld met zwarte transparante verf een laag overheen, die ze dan op sommige plekken weer weghaalt.
Al deze kunstenaars hebben gemeen, dat ze de technische mogelijkheden van de materialen waarmee ze werken, verkennen. Zelfs als de onderwerpen me niet zo interesseren, denk ik dat ik hier veel van kan leren.
’s Avonds gaan we naar Is the man who is tall happy? van Michel Gondry (regisseur van bijv. Eternal sunshine of the spotless mind), met na afloop een interview met de regisseur zelf. We moeten een half uur van tevoren ons kaartje ophalen en moeten vervolgens in de rij staan, buiten, in de kou. We begrijpen eigenlijk niet waarom we in de rij staan en als we een half uur later bibberend naar binnen gaan, begrijpen we het nog niet. Iedereen heeft een kaartje en iedereen heeft een stoel, dus er was geen reden om in de rij te staan, maar er was nu eenmaal een rij.
De film is fantastisch. Het is een geanimeerd (in beide betekenissen) gesprek tussen Gondry zelf en Noam Chomsky. Chomsky legt uit dat er geen werkelijk verband is tussen woorden en objecten uit de werkelijkheid. Als we een boom een boom noemen, verwijzen we met dat woord boom niet naar het object boom, maar naar een psychische continuïteit die wij aan de boom toekennen. Als we een tak van de boom nemen en daaruit precies dezelfde boom laten groeien, dan is dit voor ons een andere boom. Maar als de boom om de een of andere reden in een kikker verandert, dan is het nog steeds dezelfde boom, in de gedaante van een kikker.
De animaties van Gondry zijn ongelooflijk creatief en fantasierijk. Het interview met hem stelt vanwege het type vragen niet zoveel voor en het voornaamste wat ons bij blijft is het feit dat hij zijn jasje scheef heeft dichtgeknoopt. Dat alleen al maakt het het natuurlijk absoluut de moeite waard.

We moeten weer overstappen op de G-trein naar huis en ’s avonds gaat hij nog minder vaak. We zullen de komende weken nog wel veel tijd kwijt zijn met wachten. Mijn schetsboekje komt wel vol.

zaterdag 23 november 2013

Het biefstukincident

De andere dag kwam op straat een man naar ons toe. Hij vroeg of wij van steak hielden. Ik antwoordde dat ik van steak hield. “You want some?”, vroeg hij. “I’ve got loats of steak. I’ve got 40 pounds T-bone. Whatever you want.” We staarden hem wat glazig aan, wat hij misschien met interesse verwarde, want hij begon nu zijn hele lijst op te sommen. Hij had veel steak, dat was duidelijk en als we het goed begrepen lag de steak in de achterbak van zijn auto. Ik zei maar dat we helaas geen tijd hadden, waarbij ik in het midden liet, of we te weinig tijd hadden voor deze onderhandeling, of voor het eten van een trucklading biefstuk.
Veel van mijn tijd gaat op aan het bezoeken van galerieën. Ik begon mijn eerste galerietocht op 5th avenue in Manhattan. Het deed me wel goed, om in mijn meest afgetreden spijkerbroek gouden trappen te beklimmen en vervolgens interesse voor een Andy Warhol te veinzen. Na 5th avenue zocht ik het maar wat lager bij de grond en hoger op de kaart. Orchard Street, nog steeds in Manhattan, is een straat waar om de twee gebouwen een galerie staat. Hier en daar zit er zelfs een galerie in de kelder.

De meest bevreemdende kunst die ik tegen ben gekomen, bestond uit A4’tjes met een enkel woord die op de muur waren geplakt, met vlaggen van alle landen maar dan monochroom rood en een monotoon onaangenaam geluid. Zelfs dat voelde wel vertrouwd, heerlijk huiselijk anarchisme. Ik had misschien meer multimediacrossoverminimalistische installaties verwacht, maar de meeste galeries hadden gewoon schilderijen en een aantal waren ook interessant voor mij.
Vandaag hadden we met Lex afgesproken bij een opening van een expositie in Brooklyn, om collageschilderijen te bekijken en tegelijk wellicht wat contacten op te doen.
Ik kwam tegelijk aan met Lex en we vonden Sandrien in de achtertuin, al in gesprek met een kunstenaar, met wie ik visitekaartjes uitwisselde. We dronken een wijntje en staarden naar de schilderijen aan de muren. Aan het einde van de avond had ik geen andere kunstenaars meer gesproken. Ik vind het zelf nog verdomd moeilijk om wildvreemde mensen aan te spreken. Ik zal er de komende tijd veel op kunnen oefenen, en ik hoop dat ik mijn karakter kan overwinnen.
Maar ik wou wel dat ik op dit vlak wat meer had van de man met de biefstukken.


donderdag 21 november 2013

The coffee case




Soms denk je aan iets en gebeurt plotseling precies dat waar je aan dacht. Je denkt aan het liedje en dan is plotseling dat liedje op de radio. Ik zag een bordje waarop de tekst Curb your dog stond en ik bedacht me dat daar Curb your enthusiasm, de naam van een tv-serie over een van de tekstschrijvers van Seinfeld, vandaan komt. Later diezelfde dag zag ik een bordje met de tekst Curb your ego, dat mijn vermoeden bevestigde.
Vandaag haalde ik met Sandrien koffie, en we kregen servetjes mee omdat de bekers te warm waren om vast te houden. Ik vertelde over een aflevering uit Seinfeld waarin Kramer een koffiezaak aanklaagt omdat hij de kokend hete koffie over zijn schoot heeft gekregen. Sandrien vertelde me dat de hele Amerikaanse claimcultuur, haar precedent heeft in een zaak over hete koffie. Een vrouw had koffie over zichzelf heen gegooid en klaagde McDonalds aan, omdat er geen waarschuwing op de
beker had gestaan en kreeg gelijk. Ik opende mijn koffiebeker. Je kon het plastic scheuren. ‘Je kunt hem vastklikken’, zei Sandrien. Ik probeerde hem vast te klikken, maar het lukte niet. Ik keek nog eens goed en goot zo een hele lading koffie in mijn schoot. Sandrien zei verbaasd: ‘Ik heb nog nooit iemand zo hard zien lachen, nadat hij koffie over zichzelf heeft gegooid.’
Gisteren was ik in het atelier van Lex Braes. We hebben lang over het schilderen gepraat. Hij werkt naar aanleiding van foto’s of afbeeldingen die hij jaren heeft liggen voordat een afbeelding opeens relevant wordt en hij er een schilderij van maakt. Wanneer een beeld hem dan fascineert, maakt hij soms wel tientallen werken waarin hij dit onderzoekt.
“You should really think about what it is that attracts you.”
De veelheid van indrukken in New York, hebben me misschien een beetje doen vergeten dat schilderen vooral een diepe concentratie is. En wanneer je je maar heel sterk concentreert, dan gebeurt misschien wel precies dat waar je aan dacht.




woensdag 20 november 2013

Euwema?

Koffie zetten. Tweeënhalve schep. Roeren. Drie minuten wachten. Filter omlaag drukken. Ik word langzaam wakker. Ik reis met Sandrien naar Manhatten. Zij gaat naar de NYU. Ik ga buiten schilderen. We reizen met de metro. 'Stand clear of the closing doors please.' We moeten overstappen. Er staat een groepje van zes vrouwen met exact hetzelfde donkerbruine haar op het perron. Dat zijn orthodoxe Joden, zegt Sandrien. Ze dragen pruiken. Wanneer we instappen... 'Stand clear of the closing doors please.' Zien we nog een groepje exact gelijke kapsels, maar ditmaal blond.

De bankjes op Washington Square staan in het volle zonlicht, dus ik ga daar zitten tekenen. Ik merk niet hoe de koude wind door mijn jas snijdt. Als ik klaar ben met de tekening, zit ik te bibberen. Even opwarmen en weer verder. Nu snijdt de wind door mijn trui, en halverwege de tekening sta ik op. Hier had ik niet op gerekend. Het was gisteren zomerweer. Ik duik een paar winkels in om warm te worden. The little Lebowski-shop. Een schaakwinkel, waar ook wordt geschaakt. Ik probeer nog een paar keer een tekening te maken, maar dan besluit ik het op te geven. Het is te koud.

Dan maar het Metropolitan, zeg ik tegen mezelf. Wanneer ik bij een stoplicht kom, zie ik een vrouw terugdeinzen op het troittoir. 'I don't run like I used to', zegt ze tegen mij. Een aantal straten verder staat een man te schelden op fietsers, omdat hij zojuist bijna geschept werd door een. Wanneer hij weg is, zegt een andere man tegen mij: 'He's right though. They're like ants!' Ik zeg maar niets terug.

Het Metropolitan is zo'n museum dat zo groot is, dat het je doet vermoeden dat het alle kunst van de wereld bevat. Bij de ingang staan echter twee beveiligers tassen te openen. Mijn tas bevat twee paletmessen, een puntenslijper, zes tubes olieverf, oliekrijt, een doosje met van alles en nog wat en een pot terpentine. 'You can't enter.' Ik vraag of ik mijn tas niet ergens kon achterlaten. De man slaakt een zucht van ergernis: 'Security center.' Het security center is een balie met daarachter twee mannen. 'What is your name?' Vraagt een van de mannen. 'E... U... W... E... M... A...' De man kijkt een tijdje naar wat hij net heeft genoteerd. 'How do you pronounce this?' 'Euwema', zeg ik, waarop de man in lachen uitbarst. 'Hrboekma?', vraagt hij. 'Euwema', zeg ik. 'What?' Nog steeds lachend, geeft hij me een gratis ticket voor het museum.

Wanneer moet ik mijn schilderij nu maken. Het blijkt een druk schema, elke dag schetsen, musea en galeries bezoeken, en dan een schilderij. Voor mijn onderwerp is de dag te lang geworden. Ze ligt stil  te slapen, wanneer ik tegen een stoel aanstoot. 'BAM!' Ze draait zich om en verdwijnt onder de dekens. Als ik er nu naar kijk, denk ik dat ik beter wat sneller en grover had kunnen werken.



dinsdag 19 november 2013

Aan het werk

Daar loop ik dan, met mijn schilderskistje en twee tassen schildersspullen. De mensen die ik tegenkom zijn aan het werk, of ze dragen tenminste werkkleding. Vrachtwagenchauffeurs liggen te slapen op het stuur. De Chinese vrouw die gisteren knoflooktenen in potten stopte, stopt nog steeds knoflooktenen in potten. Een man snijdt bakstenen doormidden met een zaag waar water uitkomt, zodat het stof niet opvliegt.
Ik kijk om me heen en let niet goed op wat voor me gebeurt en dan stap ik in iets zachts. Ik kijk voor me en daar tien centimeter voor mijn hoofd staat een boom, waar ik bijna zo tegenaan was gelopen. Ik kijk naar beneden om te zien waar ik zojuist ben ingestapt, wat mij gered heeft van de vervelende botsing, en daar ligt onder mijn voet een hamburger.
De hele ochtend loop ik door Greenpoint Brooklyn. Af en toe maak ik een schetsje. Ik draag mijn dubbele handschoenen, maar ze hebben hier geen winter, maar een Indian Summer, dus het ziet er wat belachelijk uit. Tegen de middag, want de zon gaat wel om vier uur onder, ga ik zitten en maak ik een schilderijtje. Het blijft ook bij een schets, want de zon draait en schijnt recht op mijn schilderij.
"Why can't you just stand still?!'", roept Lex Braes tegen de zon als ik hem dit vertel. In een cafeetje ontmoeten we deze kunstenaar. Lex is een opvallende verschijning. Hij zegt om de zin fucking of fuck it, maar meestal om zijn eigen woorden te relativeren. Hij vertelt dat hij een week naar Duitsland gaat en dat ik in die tijd van zijn atelier gebruik mag maken. Voordat hij vertrekt zullen we nog twee keer afspreken, om te beginnen aanstaande woensdag.




zondag 17 november 2013

Het MoMA

Ik lig in het donker in bed met naast mij een sleeping beauty mijn blogberichtje te schrijven. De tijd ging vandaag veel te snel voorbij, want ik was in het MoMA. Het Museum of Modern Art ligt vlakbij Central Park in Manhattan. Het heeft zes verdiepingen vol met kunst. Elke verdieping heeft ongeveer tien zalen. Elke zaal heeft tien schilderijen. En met elk van die schilderijen zou ik een dag kunnen vullen.
Mijn favoriete zaal was die waarin Odilon Redon, James Ensor en Edvard Munch hingen. Er hingen nog veel meer wereldberoemde schilderijen, maar de schilderijen van Redon en Ensor waren als drijfzand, waar je, als je er eenmaal in was gestapt, steeds dieper in wegzakte en langzaam in verdween.
Ondertussen waren Sandrien en ik zo duizelig van het lopen en geconcentreerd kijken, dat we nauwelijks meer op onze benen konden staan, dus toen we op de bank voor de waterlelies van Monet neerploften, konden we niet meer zeggen of de spirituele ervaring door de bovennatuurlijke kunstwerken of door oververmoeidheid werd opgeroepen.
Rond acht uur 's avonds waren we thuis en konden we gaan eten. Tijd voor wat kleine vingeroefeningen. Morgen wordt een serieuze schilderdag en dan 's avonds als alles goed gaat mijn eerste afspraak met een andere kunstschilder.
vingeroefening

ensor

redon


munch
Nu dromen van het MoMA.


zaterdag 16 november 2013

vertraagd

De aankomst in New York had zo mooi kunnen zijn. Ik keek zenuwachtig uit het raampje naar de verschillende eilandjes die nog geen New York waren, en toch al zo mooi. De meeste eilandjes waren bedekt met laagbouw; houten legohuisjes in verschillende vormen en kleuren. Vanuit het vliegtuig leken ze in hun veelkleurigheid net een koraalrif. De enige gebouwen die erboven uitstaken, waren watertorens, die met hun naar beneden hangende tentakels net kwallen waren.
Ik stapte vol blije verwachting uit het vliegtuig, maar deze vrolijkheid vloeide weg, bij de ontdekking dat mijn koffer niet in New York was aangekomen. Mijn koffer met mijn schilderspullen zou binnen een of twee dagen komen, werd me beloofd.
Ik zei dat de aankomst helaas niet zo mooi was, maar nadat ik even tot rust was gekomen, zag ik plotseling de geweldige wereld om me heen. Ik liep met mijn vriendin door de straten van Brooklyn tot we bij de East River kwamen, waarvan we uitkeken op de muur van Manhattan. Het is een merkwaardig panorama, dat van rechts naar links steeds moderner lijkt te worden, met helemaal rechts het Chryslerbuilding en het Empire State Building, en helemaal links het nieuwe WTC.
Helaas kwamen we Brooklyn niet meer uit. We moesten dicht bij huis blijven, omdat de koffer elk moment kon arriveren, maar dat was wel weer een goede kans om de buurt te verkennen.
Mijn koffer kwam 's avonds, toen ik net bang begon te worden dat hij niet meer zou komen.
Manhattan bij nacht is erg mooi en misschien zal ik mijn nachtrust daar nog wel vaker aan opofferen. Los van de hoogte, zijn de verschillende bouwstijlen al overweldigend. De neo-classicistische bankgebouwen zijn nogal protserig en deze stijl lijkt hier wat misplaatst, maar de meeste wolkenkrabbers hebben zo'n sterk karakter, dat je ze al snel gaat zien als reuzen en ze een gedachtewereld toedicht.
Een paar snelle schetsjes:



maandag 11 november 2013

Ik ben 101 procent voor de kunst!

Mijn kunstproject heeft op voordekunst.nl 101 procent behaald! Ik wil iedereen die hieraan heeft bijgedragen heel erg bedanken!

Nu komt het project snel dichterbij. Vrijdag stap ik op het vliegtuig naar New York. Ik ben druk met de voorbereidingen, maar ik heb nog wel de tijd gevonden om twee kleine schilderijtjes te maken. Een van de schilderijen zal verloot worden onder de donateurs. De winnaar zal bekend gemaakt worden op de laatste dag van mijn project, om de spanning er nog maar even in te houden.



Laat ik nu even kort op de schilderijtjes ingaan. Ze zijn allebei wat onkarakteristiek. Het eerste schilderij heb ik uit mijn hoofd geschilderd en is in veel opzichten vrij gebrekkig, maar het bevat tegelijk ook de kern van een droombeeld, waar ik hoop nog een keer dieper tot door te dringen. Ik weet niet eens zeker of het een droom was, waar ik uit put, maar het gaat ongeveer zo:

Ik fiets over plattelandsweggetjes en raak hopeloos verdwaald. Dit klinkt wel alsof het echt gebeurd kan zijn. Terwijl ik stug door blijf fietsen op mijn fietsje zonder licht, valt langzaam de duisternis in en op een gegeven moment vind ik mijzelf gevangen in de nacht. Dat verhaal komt niet helemaal over in het beeld, maar mijn vorige poging bleek na vele uren schilderen getransformeerd in een volledig zwart vlak, dus ik denk dat ik al vooruitgang boek. De nacht is nu niet zwart, maar een blauwe waas, met in de verte het zwakke licht van de stad tegen een paarse lucht. Helaas is de foto even gebrekkig als het schilderij zelf, dus ik zal er niet meer woorden aan vuil maken.

Het schilderij dat verloot zal worden, bevat wat meer kleur en is geïnspireerd op een droomwereld waartoe de schilder directe toegang heeft, zonder gebruik van verdovende middelen of een getroebleerde geest. Het is misschien een beetje een flauwe kunstgreep die ik heb toegepast: Ik heb een reflectie in het water geschilderd en dan op de kop. Dit maakte het voor mij makkelijker om me op de kleur te richten, omdat in het water niets een vaste vorm heeft. Deze kleuren zijn een beetje gedempt, maar hebben voor mij althans, wel veel zeggingskracht.

Het haalt misschien wat van de magie weg, als ik beschrijf hoe een beeld tot stand komt, maar er wordt volgens mij over het algemeen wat teveel waarde gehecht aan inspiratie. Ideeën, ook beeldende ideeën, komen uit een duister onderbewustzijn, maar de meeste ideeën laten zich alleen zien tijdens het schilderen en worden geactiveerd door allerlei praktische zaken, bijvoorbeeld door de zalmroze ondergrond, of de visboer die door zijn megafoon zijn waren aanprijst, of die knagende honger… Hm, wat zal ik vanavond eens schilderen.


Ik zal de komende maand weinig tijd hebben om diepe filosofische gedachten uit te werken tot schilderijen, maar dankzij jullie kan ik elke dag met een gevulde maag en een gevulde schilderskist hard aan het werk!

vrijdag 25 oktober 2013

Cursus

Ik wil weer van de gelegenheid gebruik maken om iedereen te bedanken die heeft gedoneerd! Ik ben blij verrast door de reacties die ik krijg op mijn project.
In eerdere berichten had ik het over de cursussen die ik als tegenprestatie aanbied op mijn projectpagina http://www.voordekunst.nl/vdk/project/view/1613-a-portrait-of-the-artist-as-a-skyscraper.
Het gaat hier om twee cursussen. De eerste draait om de technieken die men kan gebruiken om een zo goed mogelijke illusie van de werkelijkheid te creëren, terwijl de andere cursus gericht is op het leren gebruiken van materialen door het creatieve experiment. De eerste is meer gericht op de theorie, de tweede meer op de praktijk.
Van de cursus Klassieke Schildertechnieken, zal ik de eerste twee lesbrieven in deze blog zetten, zodat je je een idee kunt vormen van wat het inhoudt. Het is een eendaagse cursus, waarin je een schilderij zult maken. De lesbrieven zullen meer informatie bevatten dan in een dag geleerd kan worden, maar ze geven de mogelijkheid om zelf in de goede richting verder te studeren en er is altijd de mogelijkheid om een uitgebreidere cursus te volgen.

Lesbrief 1 Introductie

In deze cursus zal je kennismaken met verschillende schildertechnieken die worden gebruikt om de illusie van de werkelijkheid te creëren op het platte vlak. De cursus kan voor iemand die volledig onbekend is met het schilderen, een goede kennismaking zijn, maar kan ook zeer leerzaam zijn voor de redelijk ervaren schilder die zijn/haar basiskennis wil versterken.
De principes achter deze technieken zullen op een eenvoudige manier worden geleerd. Hoewel de term ‘truc’ in deze context een negatieve connotatie heeft, zal je merken dat figuratieve kunstschilders over een complete trukendoos beschikken. Of het uiteindelijke schilderij een kunstwerk of een kunstje wordt, staat hier naar mijn idee los van en hangt veel meer af van de creativiteit van de kunstschilder.
Ik werk zelf zelden volgens de methodes die in deze cursus worden onderwezen, maar toch denk ik dat het beheersen van deze technieken, in grote mate bijdragen aan mijn schilderijen.
Deze lesbrief bevat enkel een korte introductie, om een overzicht te geven van het lesprogramma. In de volgende lesbrieven zal inhoudelijk worden ingegaan op de verschillende aspecten van de schilderkunst.

Lesbrief 2 – Vorm                   hoe je een tekening kunt opbouwen vanuit tweedimensionale vormen

Lesbrief 3 – Volumes             hoe je een tekening kunt opbouwen vanuit driedimensionale vormen

Lesbrief 4 – Tonaliteit            hoe je een ruimtelijke illusie kunt creëren met een begrip van de grijswaarden

Lesbrief 5 – Anatomie            hoe je een geloofwaardige menselijke gestalte kan schilderen met een beperkte kennis van de menselijke anatomie

Lesbrief 6 – Perspectief         hoe je het kunstmatige perspectief kunt toepassen om een ruimtelijke illusie te creëren

Lesbrief 7 – Kleur                  hoe je een ruimtelijke illusie kan creëren met kleur

Lesbrief 8 – Compositie         hoe de ordening van verschillende elementen kan bijdragen aan een ruimtelijke illusie

Als je snel deze onderwerpen van de lesbrieven langsgaat, zal het je meteen opvallen dat de ruimtelijke illusie hierin een grote rol speelt. Er wordt nauwelijks gesproken over het onderwerp. Het is belangrijk te begrijpen dat het hier voornamelijk gaat om abstracte kennis. Een schilderij waarin deze technieken tot in de hoogste perfectie zijn toegepast, hoeft niet per se iets ‘voor te stellen’. Bij abstractie wordt snel gedacht aan de schilderijen van bijv. Rothko of Newman, maar elk schilderij, ongeacht het onderwerp, of de detaillering, bevat een zekere mate van abstractie.
In de lesbrieven zal als voorbeeld steeds een bos bloemen worden genomen, omdat dit een onderwerp is wat in de zogenaamde ‘amateurschilderkunst’ een geliefd onderwerp is, en zo het best duidelijk zal worden, wat de bovengenoemde abstracte kennis voor voordelen kan hebben voor de schilder die deze kennis nog niet machtig is.

Alleen in lesbrief 4 zal de mens zelf het onderwerp zijn, aangezien de anatomie van de plant en die van de mens sterk van elkaar verschillen.

Lesbrief 2 – Vorm 

In deze les zullen we leren hoe je een tekening kunt opbouwen vanuit tweedimensionale, geometrische vormen. Het doel van deze cursus is om een zo goed mogelijke illusie van de werkelijkheid te creëren en de tekenmethode die in deze lesbrief wordt beschreven, moet je instaat stellen om een tekening te maken in de juiste verhoudingen.
Alles om je heen heeft een vorm. Een vorm is een eigenschap van een voorwerp, net zoals kleur een eigenschap is. Je kunt je in een schilderij op kleur richten en daarbij vorm minder aandacht geven. In deze les doen we het omgekeerde.
Als je uit de losse pols iets natekent, begin je vaak met de grillige omtrek van een voorwerp. Een van de nadelen hiervan is dat je oog erg goed is in het opmerken van details. We hebben als het ware een ingebouwde lens, waarmee we inzoomen op dat wat we belangrijk vinden. Als je bijvoorbeeld die enorme volle maan wil fotograferen, zul je zien dat deze bijna niet zichtbaar is op de foto. In een schilderij van de maan, zal je de verhoudingen willen manipuleren, maar dat is voor een toekomstige les.
Om de verhoudingen goed te krijgen, kunnen we een simpele truc toepassen, namelijk de werkelijkheid abstraheren tot tweedimensionale geometrische vormen.
Een papier is een tweedimensionaal vlak. Het is plat. De werkelijkheid heeft drie dimensies. Je denkt er waarschijnlijk niet bij na, maar als je bijvoorbeeld een bloem natekent, moet je deze eerst terugbrengen tot twee dimensies, tot de dimensies van het papier. Vervolgens kun je een ruimtelijke illusie creëren. Wanneer je niet voldoende stilstaat bij de eerste stap, wordt het heel moeilijk om de verhoudingen van wat je tekent goed te krijgen. Zo heb je bijvoorbeeld de neiging om driedimensionale vormen op het platte vlak meer volume te geven, om het gebrek aan ruimtelijkheid als het ware te compenseren. Je kunt een tekening opbouwen vanuit tweedimensionale vormen, maar je kunt een tekening ook opbouwen vanuit de volumes (kubus, bol, cilinder, balk, prisma, piramide, of kegel). In deze les richten we ons op de eerste methode. In de tweede methode moet je de tussenstap in je hoofd doen. Dit is dus moeilijker.
Men vraagt wel eens waarom kunstenaars vaak aanraden niet naar foto te werken (hoewel ze hier zelf wel op betrapt kunnen worden). Een van de redenen hiervoor is dat een foto twee dimensies heeft. Het tekenen naar foto is dus onvergelijkbaar met het tekenen naar de werkelijkheid en het is geen goede oefening, omdat je zelf de stap van drie dimensies naar twee dimensies overslaat. Dat een fotocamera in dit proces de werkelijkheid ook manipuleert, valt alleen op als het lineair perspectief niet meer klopt, bijvoorbeeld bij een fisheye lens, maar daar moet je je ook bewust van zijn.
Dat was de uitleg. Laten we nu kijken naar een voorbeeld. De kwaliteit van de foto’s is niet zo geweldig, dus ik zal in de toekomst deze foto’s vervangen, maar de kwaliteit heeft geen invloed op de bruikbaarheid.
In het eerste voorbeeld zie je dat ik een driehoek op een papier heb getekend. Deze driehoek is een bos bloemen. Ik heb de grote vorm geabstraheerd tot een driehoek. Iedereen is instaat om de werkelijkheid te abstraheren tot geometrische vormen. Als je een rond bord ziet, zul je dit herkennen als een cirkel, terwijl het in werkelijkheid waarschijnlijk niet perfect rond is. Wanneer je een bos bloemen tot een driehoek abstraheert, zul je iets meer imperfecties zien, maar deze moet je voor nu negeren. De geometrische vorm kan ik net zo lang aanpassen totdat de verhouding goed is en omdat ik weinig variabelen heb, kan ik makkelijk vergelijken. Richting, dat is de schuinte van de diagonalen, is lastig in te schatten en het is ook mogelijk om een horizontale as en een verticale as te tekenen, om hier vervolgens alles tegen af te zetten. Ik heb niet het geduld voor die methode.
Wanneer ik de grote vorm perfect heb, kan ik deze opdelen in steeds kleinere vormen, zonder te snel in detail te treden. Een bos bloemen is een heel complex geheel en als je in detail treedt kom je er nooit uit. Bij het uitwerken van de tekening raak je gefrustreerd doordat je steeds de vorm moet herstellen: die ene bloem past er niet meer tussen, of je moet er een bloem bij verzinnen om de ruimte op te vullen.
In deze tekening, kwam ik niets van deze frustratie tegen. De tekening hierboven oogt nog bijzonder plat. Een tekening met enkel lijn, kan veel meer ruimtelijkheid hebben. Dat is echter nu niet de bedoeling. In de volgende les zullen we behandelen hoe je vanuit ruimtelijke volumes een tekening kunt opbouwen. Het zal een ander bos bloemen zijn. Ik dacht dat bloemen wel stil zouden zitten, maar ik had misschien niet twee dagen nadat ik ze had gekocht met de tekening moeten beginnen. Tip van de kunstenaar!